::

beschrijfsels en gedachtenwier
ook al interesseert het je geen zier
toch lees je het hier

donderdag 15 november 2012

Afscheid

Vandaag voel ik mij een beetje als Gregor Samsa. Een beetje maar, hoor. Niet te veel. Mijn gedaanteverwisseling blijft tot nu toe beperkt, maar toch ben ik wakker geworden als iemand anders. Niet als een insect of een okapi of een stofzuigerzak. Mijn metamorfose is misschien net iets indrukwekkender dan dat. Ik werd vanmorgen wakker met een perfect schaalmodel van het Himalaya gebergte op mijn voorhoofd. Dat is op zich al behoorlijk belangwekkend, maar het gaat nog verder. Ik voel me ook gewoon helemaal anders. Niet als herboren of zo (dat lijkt me een cliché),  maar toch beduidend anders. Die plotse topografische verandering van mijn voorhoofd heeft iets teweeggebracht. Natuurlijk kon ik eerst niet goed plaatsen wat mij overkwam en dat komt deels door mijn gebrekkige kennis van de aardrijkskunde. Het heeft me heel wat tijd gekost vooraleer ik het gebergte op mijn voorhoofd kon plaatsen. Ik dacht eerst dat het een gedeelte van de Andes betrof, maar snel opzoekwerk leerde me dat het hier enkel om de Himalaya kon gaan. Ik zag duidelijk de vier hoogtezones. Ik zag de noordelijke Transhimalaya en, nog noordelijker, het begin van het Tibetaans hoogland. Van west naar oost kon ik duidelijk de hoogste zone van de Himalaya, met haar achtduizenders, herkennen. Pal in het midden bevonden zich Annapurna, Lhotse, Cho Oyu en natuurlijk Mount Everest. Ten zuiden van die achtduizenders zag ik de contouren van de Kasjmirvallei en de Kathmanduvallei helder afgetekend boven mijn rechterwenkbrauw. Met mijn atlas in de hand en mijn spiegel goed verlicht en mijn froefroe onder een diadeem, was ik in staat het geografisch verschijnsel op mijn aangezicht te duiden. En nu ik weet wat voor gebergte zich daar gevormd heeft, voel ik me lichter. Alsof alles op zijn plaats valt. Alsof het allemaal wel steek houdt nu. Alsof ik plots weet waarheen. Mocht ik het niet protserig vinden, ik zou van een openbaring durven spreken. Maar ik wil niet pronken met mijn moment van inzicht, dus doe ik dat maar niet. Het verbaast mij eigenlijk niet dat ik nu weet wat mij te doen staat. Het lijkt vanzelfsprekend of logisch. (Hoewel, echt logisch kan het natuurlijk nooit zijn, plots wakker worden met een gebergte op je voorhoofd.) Enkele minuten geleden heb ik me dan ook een enkeltje richting Kathmandu geboekt. Ik voel diep vanbinnen dat het beklimmen van de Himalaya mijn roeping is. Mijn hoogtevrees, gebrek aan uithoudingsvermogen, fysieke fletsheid en het ontbreken van klimervaring zijn obstakels die ik weldra denk te overwinnen. Het moet wel. Je kan immers niet ontkomen aan het lot. (Halsstarrig proberen het fatum te slim af te zijn, getuigt enkel van hubris. En vraag maar aan Oedipus, die hubris, daar komt niets goeds van.) Dit bericht is dan ook een beetje mijn afscheidsbrief. Maar zoals dat in het liedje gaat, is dit geen vaarwel, vrienden. Wij zien elkander weer. Maar of dat is zodra de lente komt 't land, kan ik niet met zekerheid zeggen. Het ga jullie goed.

donderdag 26 juli 2012

Moment

Vlasmarkt, Gent
24/07/12
08u43

Ze zit op haar poep op een trapje.

Ellebogen op haar knieën
handen voor haar gezicht
schouders schokken zachtjes
bij iedere snik
weent ze tranen
van vier zomers oud.

maandag 7 mei 2012

Een rijmpje

Op een dag verveelde ik me dood
ik dacht aan 't leven, dansen en bruin brood
Ik dacht ook aan jou en dat vond ik maar niets
Daarom schreef ik een rijmpje en reed wat op m'n fiets


dinsdag 24 april 2012

De tragiek van het kleine lepeltje

Het begon toen ze cornflakes moest eten met een klein lepeltje. Daar houdt ze niet zo van, van dat kleine lepeltje. Dat vindt ze te veel werk. Met een grote lepel gaat alles veel vlotter. Niet dat ze een opschepper wil zijn en al te grote happen tegelijk wil nemen, maar met dat kleine lepeltje voelt het zo delicaat. Zo voorzichtig. Kleine lepeltjes vindt ze iets voor desserts. Voor subtiele, kleine hapjes. Voor korte nipjes en snelle slurpjes. Om te proeven en van te genieten. En natuurlijk ook voor kleine kindjes, want zij hebben maar kleine mondjes. Nee, zo'n soeplepel, daar kan je pas mee eten. Hup, schep, hap en kauwen maar. Zo heeft ze het graag. Met een theelepel cornflakes eten, dat is een beetje valse bescheidenheid. En je voelt je ook zo'n bedotter met je kleine lepeltje in je hand, terwijl je van die miniatuurhapjes naar binnen speelt. Zo'n theelepeltje in zo'n groot hand, dat ziet er echt niet uit. Het is ook niet toevallig dat een soeplepel ook wel een eetlepel genoemd wordt. En zo'n klein lepeltje niet, dat noemen we theelepel of koffielepel. Niet cornflakeslepel. Want daar dienen die kleine lepeltjes ook niet voor, die dienen enkel om te roeren in je koffie. Met een eetlepel kan je zelfs niet roeren in koffie, dat is gewoon protserig. (En vermoedelijk ook klotserig. En dat is nergens goed voor.) Met een eetlepel weet je waar je aan toe bent en wat er van je verwacht wordt. Eten, jij daar! Kom, schep op die flakes! Zo'n hands-on mentaliteit kan je niet verwachten van iemand die cornflakes eet met een theelepeltje. Nee, zo iemand heeft z'n tijd nodig. Drie flakesjes per keer, dat vinden ze best, dat theelepeltjesvolk. Dan zitten ze daar, macrobiotisch herkauwend voor zich uit te staren. Bah, dat is niets voor haar. Daar wordt ze ontzettend nerveus van. Zij laat al eens haar tanden zien en hapt stevig door. Muizenhapjes daar krijg je ook gewoon kaakkramp van. En die kaakkramp daar heeft ze ook nu last van. Haar hele onderkaak is zo verkrampt dat ze al de hele dag niet kan lachen. En dat vindt ze jammer, want er zijn vast een hele hoop medemensen die haar daardoor vandaag maar een beetje een zuurpruim zullen vinden. "Heb je dat mens gezien? Die kan precies echt niet lachen!" Ze hoort ze het zo al fluisteren. Zomaar genomineerd als eersteklas zuurpruim. En dat allemaal omdat ze cornflakes moest eten met een klein lepeltje! Terwijl ze dat zo overpeinst, overvalt haar de tragiek van dat alles. Hoeveel zuurpruimen zijn er wel niet onterecht bestempeld als zuurpruim enkel en alleen omdat ze kaakkramp hadden van het ongewenst cornflakes eten met een klein lepeltje?! Ah, hoe triestig! En op dat moment beslist ze haar leven te beteren. Vanaf nu zal ze zuurpruimen het voordeel van de twijfel geven. En een reservesoeplepel bewaren in haar handtas, dat ook.

maandag 19 maart 2012

De man die altijd kwaad was

Hij kan er zelf eigenlijk niet aan doen, en hij denkt dat hij al altijd zo geweest is. Hij kan zich alleszins niet herinneren ooit eens niet kwaad te zijn. Hij kan zich ook niet eens voorstellen hoe dat zou zijn, zo niet kwaad zijn. Nee, hij wordt iedere dag wakker met een hele hoop woede in zijn lijf. Regenweer of zonneschijn, het kan hem allemaal geen hol schelen. Iedere dag is hij boos. Boos op zichzelf en op de mensen. Op de wereld. Op iedereen, en tegelijkertijd op niemand. Boos om glimlachende dames in de trein. Boos om fronsende mannen op de fiets. Het is niet dat hij niet vrolijk kan zijn, maar hij wordt er gewoon zo verdomde kwaad van. Op den duur merkt hij het niet meer, dat hij steeds weer vertoornd de deur uit gaat. Zelfs 's avonds alleen in zijn bed is hij woest. En niets kan hem soelaas brengen. Hij heeft het al geprobeerd, natuurlijk. Opstaan en een vrolijk wijsje fluiten, versgeperst sinaasappelsap drinken, vroeg gaan slapen, de krant niet meer lezen, glimlachen tot zijn kaken er pijn van doen. Het helpt allemaal geen zier. En eerlijk, hij wordt er gewoon nog nijdiger van. Veel vrienden heeft hij dan ook niet. Van al dat bevriend zijn gaat zijn bloed koken, zomaar, zonder dat ze iets verkeerd doen. Dat zorgt er natuurlijk voor dat hij eenzaam door het leven gaat. Al dat alleen zijn vindt hij eigenlijk best, al maakt het hem ook wat korzelig. Er zijn natuurlijk ook goede dagen. Dagen waarop hij gewoon wat nors is, wat nukkig of zo. Maar er zijn ook dagen waarop hij helemaal bloeddorstig is, zo van die dagen waarop alles gewoon te veel is. Dan zit hij te stomen op zijn vaste stekje in de trein. Zijn bruine, leren boekentas knelt hij stevig in zijn armen en hij staart stuurs kijkend voor zich uit. Zo zit hij daar ook deze ochtend, op weg naar zijn werk. Hoewel de meeste pendelaars al eens last hebben van een ochtendhumeur, verbleekt hun tijdelijke chagrijn bij zijn oneindige razernij. Terwijl hij onverstoord opgaat in zijn oeverloze toorn, merkt hij niet eens dat er tegenover hem een jong meisje komt zitten. Hij ziet niet dat ze naar hem glimlacht en dan meteen verlegen haar ogen neerslaat wanneer ze merkt dat hij haar negeert. Terwijl ze haar jas uitdoet, heeft hij geen oog voor de zonnestralen die goud doen weerkaatsen in haar haren. Hij let niet op haar ranke benen in glanzend bruine panty's, werpt geen blik op haar donkerblauwe jurkje, dat nauw aansluit om haar lijfje. Hij slaat geen acht op wat andere mannen schaamteloos likkebaardend zouden omschrijven als pronte tetjes en volle heupen. Nee, hij zit daar, armen gekruist, een frons op zijn gezicht, en heeft het veel te druk met ontzettend misnoegd te zijn. Het ontgaat hem dan ook volledig dat het meisje hem al een poosje verwonderd aankijkt. Haar blauwe ogen zijn groot van verwondering, een geamuseerde glimlach op haar gezicht. Hij beseft niet dat ze zich voorzichtigjes naar voren buigt en stoutmoedig even aan haar roze lippen likt. Zijn ogen blijven donker als donderwolken en hij heeft pas in de gaten dat ze hem vol op de mond zoent, wanneer hij haar lippen op de zijne voelt. Warm en zacht, en maar heel eventjes en dan is het weer voorbij. Hij schiet wakker en ziet nog net hoe ze prompt het compartiment uit wandelt. Verwonderd kijkt hij om zich heen en voelt dat hij vanbinnen begint te gloeien. Zijn hart lijkt zich op te blazen als een ballon, zo groot en bol dat het lijkt alsof het niet meer in zijn borstkas past. Zo groot en bol zelfs, dat hij zich even niet meer kwaad lijkt te voelen. En ontsteld voelt hij een glimlach opkomen. Hij lacht. Hij weet niet wat er gebeurt. "Hè, bah, wat melig", denkt hij bij zichzelf. Plots kan hij zich maar al te goed voorstellen hoe het voelt om niet meer kwaad te zijn. Hij huivert bij al dat sentiment, terwijl hij beseft dat die zoetsappige goedzak eigenlijk al altijd diep vanbinnen zat. En misschien vindt hij dat wel prima zo.

dinsdag 21 februari 2012

maandag 13 februari 2012

Ze is nu lesbisch

Het overkomt ons allemaal wel eens. Je wandelt over straat, onbestemd aan het kuieren of net heel erg gefocust op je bestemming, hoe dan ook in gedachten verzonken, en plots kom je hem of haar tegen. De oude bekende. Een klasgenoot van in het middelbaar, iemand die nog bij je in de scouts gezeten heeft, een vriend die je uit het oog verloren bent. Zo iemand die je niet gewoon kan begroeten met een glimlach of een knik. Zelfs een 'hallo' of een 'hoi' volstaan niet. Nee, bij die oude bekende moet je even stilstaan en Het Gesprekje voeren. Dat korte uitwisselen van begroetingen en weetjes. Het Gesprekje begint steevast met een 'hoi' of een 'hey', waarop dan een 'ah, ik had je niet herkend!' kan volgen, ook al is het waarschijnlijk dat dat stiekem een leugen is. Dat doen mensen niet met opzet, ik heb er mijzelf ook al op betrapt. Dan komt het diepfilosofische en al even oprechte 'en hoe is het (nog)?', waarna je getrakteerd wordt op een 'en wat doe jij nu (nog)?'. Dat gaat telkens zo. Je hoort te vragen hoe het met de mensen gaat en wat ze aan het doen zijn. Ze zouden zo maar eens even bijzonder ongelukkig of doelloos kunnen zijn. Niet dat je daar echt iets over wil horen, natuurlijk. Daarom ben je ook maar al te blij dat het altijd 'ça va' of 'bwa, ja, goed' gaat met iedereen. Dan komt het heerlijke moment waarop je in geuren en kleuren kan vertellen wat je nu toch allemaal doet. Dat gaat meestal een beetje zo:

persoon 1: "Tgoh, ja, ik ben aan het werk."
persoon 2: "Ha, en waar dat?"
persoon 1: '"Bij een bedrijf dat ijzeren omheiningen verkoopt."
persoon 2: (ongeïnteresseerd) "Ah, allez, interessant, en wat moet je daar doen?"
persoon 1: (verveeld) "Administratieve dingen, en bestelbonnen verwerken en zo."

Wanneer je dan wat ongemakkelijk hebt moeten vertellen wat voor werk je hebt of (erger nog) net niet hebt, is het jouw beurt om te luisteren naar wat de oude bekende allemaal bezighoudt:

persoon 2: "Ik studeer nu nog iets bij. Nog een master."
persoon 1: (niet onder de indruk) "Amai, en wat doe je?"
persoon 2: "Conflict and development."
persoon 1: (heeft geen idee wat dat inhoudt) "Aha, en is 't interessant?"
persoon 2: (liegt) "Ja, 't is eigenlijk wel tof."

Wanneer je dan voldoende en oprecht geïnformeerd hebt naar het leven van de oude bekende, is het tijd om over te schakelen op oprecht informeren naar het leven van gemeenschappelijke oude bekenden. Het is immers veel interessanter om te weten hoe dat kneusje of die player uit je klas het nu stellen. Het is op dat moment dat Het Gesprekje echt fascinerend wordt, en al helemaal als het zo gaat:

persoon 1: "Ah ja, en wie zat er nog allemaal in onze klas? Floor?"
persoon 2: (enthousiast) "Ja, juist, Floor! Ik heb haar onlangs nog gezien."
persoon 1: (geboeid) "Ahja, en wat doet die nu nog?"
persoon 2: "Ze is nu lesbisch."

maandag 30 januari 2012

Vieren doe je niet alleen

Vieren doe je niet alleen. Dat hoort niet. Ook al heb je je feestneus op en dat kleine, papieren parapluutje in je cocktailfruit geprikt, dan nog is vieren is iets dat je minstens met twee moet doen. Of met drie. Of met meer dan drie en met heel veel. Of met al je vrienden. Of met iedereen van je werk. Of met de hele wereld. Dat laatste lijkt me nogal moeilijk, want er zijn in deze wereld nogal wat mensen die niets te vieren hebben. Mensen die buiten in de kou slapen, mensen die doodziek zijn, mensen die straatarm zijn, mensen die moeten vluchten uit een oorlogsgebied. Maar laat die sukkelaars vooral geen domper zijn voor de feestvreugde! Vier dan maar gewoon met al je vrienden of met de mensen van je werk! Dat is precies wat ik ook gedaan heb op gedichtendag. Want hoewel het slechts een kwestie van tijd is vooraleer gedichtendag een betaalde feestdag wordt, is dat voorlopig nog niet aan de orde en moesten we dus allemaal aan het werk op deze heuglijke dag. Om aan dit nuttige iets aangenaams te koppelen, besloot ik iedereen op te roepen om gedichtendag samen te vieren. Op het werk hebben we een systeem waarbij iedereen via mail zijn of haar whereabouts kan doorgeven. Dat lijkt heel erg op dat systeem van het WADA, maar wij hoeven (voor zover ik weet) niet in potjes te plassen. Die whereabouts worden meestal erg to the point gehouden en bevatten enkel accurate en dus ook gortdroge plaatsbepalingen. Maar, zo dacht ik bij mezelf, voor gedichtendag mag dat wel even anders. Voor gedichtendag zou het veel leuker zijn, mochten die mails op rijm zijn of een limerick bevatten of zo. En, wat blijkt, mijn warme oproep werd met enthousiasme beantwoord! Mijn hart vervulde zich met vreugde en daarom wil ik dat geluk dan ook met mijn volgelingen delen. Hieronder kan je snuisteren door de poëtische parels die rondgestuurd werden en de voorbeelden die ik zelf gaf ter inspiratie:

"Morgen,
hopelijk een dag zonder zorgen
werk ik lekker thuis
(in mijn pyjama
voor de buis)
Euh, ik bedoel
vlijtig en zonder ruis"

"Ik ben er niet
Heb geen verdriet
Ben terug rond ‘n uurtje of twee
Dan keuvelen we lekker samen
over het muurtje van de wc"

"Tomorrow I have a day off
Maybe I go working in mijnen hof"

"Leaving early today at 4
Not because I am feeling ill,
But ‘cause I have to see my dentist,
Far away in Sharp Hill*
* see Wikipedia"

"Mijn auto is kapot
De motor draait zot
ik moet hem dus laten maken
anders ga ik nooit meer op mijn werk geraken"

"Straks ga ik er gezwind vandoor
’t is dan tijd
Pas vrijdag zie je me weer

Morgen werk ik in m’n thuiskantoor
een afscheid
Maar kort, en dat doet geen zeer"

"Working at Eke today
To keep the trains away"

"
By the way,
He arrived in a k-way!"

"working at the garage for a while
the dude's looking at my car
so i'm chilling at the bar,
er, I mean, meanwhile working hard
hoping my car will start"

"Monday I will work from home
Due to an announced strike,
And being unable to come by bike."


"I will go to the doctor today
To throw my glasses away
So if I don’t see you next week
The contacts were too cheap."

donderdag 26 januari 2012

De mooiste dag van het jaar

Tarara! Ja! Het is zover! De mooiste dag van het jaar is daar. Juich, jubel, geef elkaar een hand. Gedichtendag is in het land! Zoals iedereen wel weet, is gedichtendag een bovenste beste dag. Ik laat zo'n feest van de poëzie dan ook niet ongemerkt voorbij gaan. En dat zullen mijn collega's en vrienden geweten hebben. Gedichtendag is een uitgelezen kans om allerlei hoogliteraire, edoch ludieke, acties op poten te zetten. Meer daarover later. Ondertussen kan ik de trouwe lezer al verblijden met een versje.

't is gedichtendag
ga maar overstag
ik wil dat je rijmt
dat je lijmt met woord
en letters verspoort

om met ver-zinnen
beelden te vouwen
ook al vind je poëzie
echt iets voor vrouwen

Geniet maar met volle teugen van deze prachtige dag, lieve lezers! Ik weet dat ik dat zeker zal doen en ik verwacht van jullie net hetzelfde.

donderdag 12 januari 2012

Efficiëntie: een stappenplan

Nu ik al een tijdje aan het werk ben als undercover (sssst) technical writer in een softwarebedrijf, heb ik zo het één en ander kunnen vaststellen. Het zal je misschien verbazen, maar bedrijven zijn heel erg efficiënt. Time is money en money is time en daarom moet alles optimaal verlopen. Dat is goed voor de return, of zoiets. Er hoeft geen energie verloren te gaan, alle beetjes moeite worden ten volle benut. Om op zo'n efficiënte manier te werk te gaan, heb je natuurlijk wel goede afspraken nodig. En, zoals dat spreekwoordelijk gaat, goede afspraken maken goede vrienden. (Of goede vrienden dan ook altijd goede afspraken maken, laat ik hier even in het midden.) Om die goede afspraken te maken, moet je natuurlijk wel letten op een efficiënte communicatie. Die efficiënte communicatie, daar zijn ze bij bedrijven enorm goed in. Vlot communiceren is vast één van de sterkhouders van de bedrijvigheid van bedrijven. Mijn undercoveroperatie is dan ook de perfecte gelegenheid om te ontdekken wat dat communiceren nu precies zo efficiënt maakt. Hier volgt kort wat ik al heb kunnen achterhalen:
  • Wanneer je een vraag hebt voor iemand, stuur dan steeds een mail. Ook al zit die persoon tegenover je of één eilandje verder, sta toch maar niet recht om je vraag te gaan stellen. Dat zou namelijk wel eens te direct en te opdringerig kunnen overkomen. Je zou ook meteen antwoord krijgen en dat is nergens goed voor.
  • Wanneer je een mail krijgt met een vraag, beantwoord die dan niet of slechts gedeeltelijk ook al weet je het antwoord eigenlijk wel. Veel beter is het om de vragensteller naar iemand anders door te verwijzen. Zet die tweede persoon in cc. Gouden tip: je kan de mail ook doorsturen naar een algemene mailgroep.
  • Wanneer je een mail krijgt als lid van een mailgroep, antwoord dan niet. Er staan genoeg mensen in de mailgroep, iemand anders zal wel antwoorden.
  • Wanneer je een mail krijgt met jezelf in cc, geef dan niet meteen antwoord op de vraag. Je moet immers nog minstens drie andere mensen in cc zetten. Je weet misschien niet waarom, maar neem van mij aan dat dat zo hoort.
  • Op die manier creëer je een soort groepsgesprek van mails, een verrijkende uitwisseling van gedachten. Let erop dat de originele vragensteller geen antwoord krijgt en, belangrijker nog, na een tijdje geen idee meer heeft waarover de laatste mails gaan. De vragensteller krijgt dan een hele hoop intrigerende mails en voelt zich gewaardeerd.
  • Als je dan toch echt met elkaar moet praten, plan dan een meeting. Opgelet, dit is belangrijk, zeg niet "vergadering", maar zeg: "meeting" of "even samenzitten". Het woord vergadering is zó 2001.
  • Maak geen concrete afspraken en neem geen definitieve beslissingen op meetings. Meetings zijn er gewoon om van gedachten te wisselen, zoveel mogelijk onbekende termen te gebruiken tijdens je uitleg en je eigen taken zoveel mogelijk naar anderen te schuiven.
  • Laat ook steeds iemand van de aanwezigen alles wat gezegd werd achteraf op mail zetten. Dat is voor de duidelijkheid.
  • Gouden tip: als je dan toch echt even tussendoor een vraag wil stellen zonder te mailen of een meeting te plannen, stel die dan aan tafel tijdens het middageten. Het middageten is eigenlijk een ideaal moment om even over het werk te keuvelen. Van praten over koetjes en kalfjes raak je je focus kwijt. Stel je voor dat je even niet met je werk zou bezig zijn!
Dat zijn zo mijn eerste observaties. Ik heb ze voor het gemak in tips en richtlijnen gegoten, voor wie efficiënt wil communiceren op een bedrijvige manier. Ga ermee aan de slag en ervaar meteen het verschil! Ik ben alleszins onder de indruk van al die efficiënte communicatie. Ik had nooit verwacht dat ik als infiltrant zo'n ontdekkingen zou doen. Hopelijk is dit nog maar de tip van de sluier en zijn er nog interessante aspecten van het bedrijfsleven, die ik nog niet ontdekt heb. Ik hou jullie op de hoogte!

zaterdag 31 december 2011

De handen van de dichter rusten nooit

Een tijd geleden kocht ik een dagkalender van de poëzie voor 2012. Dat was toch eventjes balen omdat ik tot nu moest wachten om de gedichten te lezen. En dan nog mag ik er maar 1 per dag, en aangezien ik ongezien gulzig ben is dat een hele uitdaging. Maar goed, tot nu toe is het aan het lukken. Dat verdient een schouderklopje. Ondertussen leer ik ook de poëzie van anderen appreciëren in plaats van enkel mijn eigen werk geniaal te vinden. Er wordt gefluisterd dat dat een gezondere houding is en dus geef ik het maar eens een kans. Eigenlijk gaat het me best goed af, al zeg ik het zelf. Om dat toch even in de verf te zetten, post ik hier ook maar eens iets dat niet van mij komt. Het volgende gedicht is geschreven door mijn opa en dit is (bij mijn weten) de cyberdoop van zijn schrijven. Dat is een hele eer, wat je me bromt!

-------------------
Gedicht

Wij leefden ver van het gras
verwijderd
want toen wij zeiden
lente
was onze stem een ratel
wij dachten wij waren
wij spraken in woorden

Maar nu
wanneer wij spreken:
gras
breekt onze stem
van stilte.

-------------------
Daag, bopa.

zaterdag 24 december 2011

Het wereldwijde web der wonderen

Er is zo onder mijn vrienden een idee ontstaan, dat ik boekentips zou hebben. Ze baseren zich daarvoor op mijn eigen interesse in lezen en mijn boekenverzameling. Dat idee is jammergenoeg fout. Ik ben onlangs tot het inzicht gekomen dat boeken maar niets zijn. Boeken zijn tijdelijke beetjes woorden op eindige stukjes papier. Okay, je kan al eens een prachtzin tegenkomen, of een fijn personage of een meeslepend verhaal, dat geef ik toe. Die dingen moet je evenwel echt gaan zoeken tussen de overvloed aan boeken die er zijn. De meeste romans zijn gewoon snertboeken met saaie verhalen, ongeïnspireerde detectives, slechte seksscènes of, erger nog, het zijn boeken over orken of trollen. Het is dan ook daarom dat ik alle boeken simpelweg opgegeven heb. Dat lijkt wat dramatisch, maar vrees niet! Ik heb ondertussen iets anders gevonden om mijn verhalenhonger te stillen: het internet. Jawel, je leest het goed. Het internet is eigenlijk een grote roman vol fascinerende weetjes, ervaringen van ervaringsdeskundigen, inzichten, gedachten, wijsheid, welluidende citaten en natuurlijk ook porno. Het internet heeft voor elk wat wils dus. Er zijn zelfs redelijk veel elfen, orken en trollen te vinden. Ik heb me definitief bekeerd tot het lezen van het internet, in plaats van te ontsnappen in romans. Een groot voordeel van het verhaal van het internet is, dat er steeds maar meer informatie bijkomt en dat al die informatie enorm actueel is. Als je niet goed oplet, loop je zelfs vooruit op de zaken. Op het internet zijn er elke dag ontelbare verhalen te lezen, gaande van: "Aambeien: wanneer naar de dokter?" tot tips over hoe je iets fascinerends kan vinden. Wat kan een mens zich eigenlijk nog meer wensen? Akkoord, het taalgebruik in de meeste internetverhalen is wat aan de povere kant, om niet te zeggen dat er heel wat mensen ronduit slecht schrijven. Maar dat doen die mensen vast niet met opzet. Ze proberen gewoon interessante dingen mee te geven. Akkoord, de meeste internetverhalen zijn weinig interessant, om niet te zeggen doodsaai en van een laag niveau. Maar dat doen die mensen vast ook niet met opzet. Er is een beetje goede wil voor nodig om het internet te lezen, dat is zeker waar. En toch ben ik ervan overtuigd dat al die protserige schrijvers met hun boeken van papier er goed aan zouden doen de pennen neer te leggen en gewoon wat meer op het internet te schrijven. Zo kunnen ze bijdragen aan het boeiende en bruisende internetverhaal. Een verhaal waarbij je met een enkele keer klikken van pony's over groeipijn naar zelf bier brouwen kan gaan, om uiteindelijk te eindigen bij porno. (Want zo gaat dat met het internet.) En zeg nu zelf, welk boek kan zoiets? Die veelvuldigheid aan informatie, die instant knowledge, dat bodemloze entertainment: dat zijn de sterkmakers van het internet. En mocht je in een uitzonderlijk geval toch doorgeklikt hebben op iets waar je volledig misselijk van wordt en echt niet wil lezen, is er altijd nog het rode kruisje in de rechterbovenhoek. Neem het van mij aan, dat rode kruisje is je ster van Bethlehem wanneer je als Wijze door de internetwoestijn trekt, je Poolster wanneer je als verdwaalde internaut niet meer weet waar je bent en je kompas het laat afweten. Dus als je op een doordeweekse, saaie avond geen idee hebt wat te doen, neem dan geen goed boek ter hand. Trek naar het internet en, gewapend met je rode kruisje, verruim je geest en lees alles wat je hart begeert, alles op slechts enkele kliks van mekaar verwijderd. Dan ga ik nu daad bij woord voegen en mijn eigen tip opvolgen. Op naar het wonderlijke wereldwijde web.

zaterdag 10 december 2011

Statistieken aan het woord

Op mijn blogger dashboard is er een tabblad met blogstatistieken. Dat is een bijzonder boeiend tabblad boordevol waardevolle informatie. Het is immers van belang dat je als blogger een beetje weet welk publiek je bereikt met je schrijfsels. Op die manier kan je dan handig inspelen op de interesses of bezigheden van je lezers en ze aan hun beeldschermen gekluisterd houden. Die blogstatistieken zijn dus van vitaal belang voor de gezondheid van je blog, zeg maar. Natuurlijk, over het algemeen zijn statistieken eigenlijk gortdroog en ontzettend irrelevant voor het dagelijkse leven, maar dat gaat eigenlijk niet op voor blogstatistieken. Ik moet eerlijk toegeven dat ik dat tabblad een verrijking vind voor het hele bloggebeuren. Zo kan je je een beeld vormen van wie er aan de andere kant van het scherm zit. Dat maakt het allemaal wat persoonlijker, weet je wel. Zo kan je op dat tabblad zien wat voor berichten het meest gelezen werden, op welke manier lezers op je blog terecht kwamen en wat voor browser ze daarbij gebruikten. Fascinerende informatie, zoveel is duidelijk. Het is hartverwarmend te weten dat je overal ter wereld virale vrienden hebt. Naast België en de Verenigde Staten staan ook Moldavië, Wit-Rusland en uiteraard Georgië hoog in het lijstje van pageviews per land. Dat die exotische types mijn blog bezoeken doet me plezier. Op die manier zie ik bevestigd wat ik al langer vermoedde, dat mijn schrijfsels universeel geldig en bijzonder werelds zijn. Wat een kennis ik allemaal niet opdoe uit die statistieken. Het allerboeiendst vind ik de zoekwoorden waarmee nietsvermoedende surfers plotsklaps op mijn blog uitkomen. Diegenen die doelbewust kumquatblog intikken in google zijn uiteraard niet zo heel interessant, maar de mensen die perongeluk op deze blog terecht komen zijn dat des te meer. Zo zag ik tussen die zoekwoorden onlangs volgende vraag staan: "Zijn zwaardvis baby's oranje?" Mijn mond viel open van verbazing. Een vraag in zijn geheel intikken in google, hoe efficiënt! En dat ikzelf die vraag nog nooit gesteld had! Zo'n vraag is bijzonder belangrijk en daar moet je gewoon een antwoord op krijgen. Groot was dan ook mijn consternatie toen ik besefte dat die nietsvermoedende surfer geen antwoord gevonden heeft op mijn blog. Wat een triestige toestand. Om zulke vreselijke dramatiek te vermijden, hier vlug het antwoord: Neen, zwaardvisbaby's zijn niet oranje. Het heeft me even wat opzoekwerk gekost vooraleer ik een sluitend antwoorden vinden kon, maar door middel van fotomateriaal kon ik dan toch met mijn eigen ogen zien dat een baby zwaardvis niet oranje is. Dat is eigenlijk wel een beetje jammer. Babydiertjes zouden gerust felle kleuren mogen hebben, dat kan hun aaibaarheid alleen maar ten goede komen. Die bedenking over die aaibaarheid terzijde, vind ik het toch leuk om weten dat mensen die informatie zoeken over babydieren op mijn blog terecht komen. Dat is al heel wat flatterender dan weten dat mensen hier ook belanden via "idiote hobbies". Dankjewel internet, dat is bijzonder aardig. Waarmee ik bedoel: Niet bedankt, internet. Je bent een gemene pestkop. Zo voelt dat dus, dat cyberpesten. Maar ik laat het niet aan mijn hart komen. Ik weet dat mijn blog voor velen een bron van kennis is en nieuwe inzichten biedt. De statistieken spreken voor zich en hebben gesproken. Dankjewel, virale vrienden!

woensdag 23 november 2011

Kort

  • een zeer ongelukkige typfout:
paarcentjes

  • een legendarisch slecht idee:
je laptop onder je snelbinder steken

  • een toffe opmerking:
"Huh, maar gij doet toch zo stom computerwerk?"

  • een ouderlijk misverstand:
Vader en Moeder kijken naar Het Journaal, naar een reportage over Benidorm Bastards. In de reportage komt een fragment voor, waarin een omaatje telefoneert en vertelt dat ze een lijn gesnoven heeft en bollen heeft gepakt, enz.

Vader: (al lachend) Hahaha, een lijn gesnoven en bollen gedronken.
Moeder: (verward) Wat heeft ze gedaan? Bollen gedronken?
Vader: Ja, bollen gedronken.
Moeder: (vragend) Wat zijn dat, bollen?
Vader: Ah, bollekes e. Koninckskes.
Moeder: (begrijpend) Aaah. Een Bolleke drinken! Ahja!

Moeder en Vader kijken gezapig voor zich uit.

  • een moeilijke anekdote:
"Er werd een verkeerde match gedaan op een key omdat die naar zijn siteClass moet kijken. Nu was de key van de baseClass hard gecodeerd, waardoor die niet uit de code sprong en voortliep en dus een verkeerd model ophaalde. Die vroeg dan plannerView aan dat model, maar dat is een compleet ander model en die heeft dat niet, zo een plannerView. Hahaha, wat een dom model."

zondag 20 november 2011

Ongezouten mening

Liefste fans en internauten en passant,
Het is weer een hele tijd geleden dat er hier nog eens zo'n echt goed gedicht gepost werd. Omdat ik weet dat al mijn fans ook fan van zijn van een welgeplaceerd versje, moet ik daar dan ook maar eens iets aan doen. Tijd dus voor een streepje poëzie. Jammer genoeg heb ik niet meteen een recent staaltje talige spitsvondigheid om te delen, maar om dat goed te maken ga ik te grabbel in de oude doos. Mijn oude doos zit vast vol wonderlijke verrassingen, die eenieder van zijn of haar sokken zullen blazen van verbazing. Daar ga ik zo een beetje van uit, want het is niet alsof er mij al ooit gezegd is dat ik een wonderlijke doos heb. Dat zou misschien ook maar wat een vrijpostige opmerking zijn. Goed, ik ga dus iets opduikelen uit de oude doos en zie maar dat je geniet!


Ongezouten mening

"Kijk, schat, wat denk je daarvan?
Is dat niet mooi? Of wat zeg je van dit?
Misschien te donker, maar is dat niet wat te wit?
's Moeilijk, al die keuzes maken. Oh, en wat ik hier toon?
Wat vind je van die kleur en van dat patroon?"

"Sja, 's heel erg ornamentaals. Ofzoiets."

dinsdag 1 november 2011

Het verhaal van Oostroze

Dit is het verhaal van Oostroze. Oostroze is een meisje met een bijzondere naam. Het zal niemand verbazen dat menig medemens al eens bedenkelijk fronst bij het horen van haar naam. "Oostroze? Wat is dat nu voor naam?", denken ze dan. Ze zeggen dat niet tegen haar, maar Oostroze ziet ze het denken. Zelf vindt ze haar naam best mooi. Er zijn tenslotte ook mensen die Frodo of Liesbeth heten. En het is niet alsof haar ouders haar zomaar Oostroze genoemd hebben. Oostroze is die roze kleur van de lucht bij zonsopgang. Je kent dat roze wel. Een oostelijk roze dat zachtjes overgaat in lichtgeel, warm oranje om dan uiteindelijk stilletjesaan te veranderen in een oogverblindend blauw. Dat haar ouders haar naar zo'n kleurenpracht genoemd hebben, vindt Oostroze wel leuk. Haar ouders konden eigenlijk geen betere naam gekozen hebben. Oostroze is een ontzettend kleurrijk en innemend meisje. Wanneer ze ergens binnenkomt, lijkt het soms alsof de kamer plots oplicht. Mensen krijgen een gezonde blos en hun gezichten klaren op wanneer ze met haar praten. Ze doet ogen fonkelen en haren glanzen. Zelf is ze zich daar niet van bewust, maar wie van haar geschitter genoten heeft wil zeker meer. Het is ook daarom dat Oostroze steeds omringd is door een hele hoop vrienden en kennissen. Iedereen zoekt haar gezelschap op. Dat vindt Oostroze gezellig en heel vriendelijk. Ze durft ook niet goed nee zeggen tegen al die drukte. Toch lijkt dat bezoek haar soms wat te vermoeien. Ze merkt wel dat ze na een bijzonder drukke dag simpelweg doodmoe is. En als ze zo afgemat is, ziet ze er net dat beetje minder stralend uit. In het begin viel het niet zo op en een na een goede nachtrust werd ze opgeladen en uitgelaten wakker. Maar na een tijd begint het toch te wegen. Oostroze lijkt veel van haar bijzondere gloed te verliezen. En haar vrienden lijken dan ook één voor één minder tijd te hebben. Soms zit ze zelfs een hele dag alleen thuis. Dat vindt Oostoze na verloop van tijd wat vreemd. Steeds vaker moet ze alleen op pad en zit ze in haar eentje ergens koffie te drinken. Dat doet haar nadenken. En piekeren. En ze maakt zich zorgen. Ze zit daar dan zo wat, alleen en fronsend naar haar tas koffie te kijken. Al dat overpeinzen is ook wel vermoeiend voor haar. Zonder dat ze 't zelf weet, verliest ze haar gestraal en geglans. Ze begint er zelfs dof uit te zien. Haar ogen schitteren niet meer en ze ziet er afgemat uit. Oostroze voelt zich triestig. 's Nachts ligt ze wakker in haar bed, ze ligt te draaien en kan niet slapen. Zo gaat dat iedere nacht. En telkens ziet ze de zon opkomen, ziet ze die grote oranje bol ronddobberen en goudgeel worden in een zee van roze, rood en helblauw. Iedere ochtend opnieuw komt de zon op en dat vindt ze een troostende gedachte. Ze zit op de vensterbank van haar slaapkamer uit het raam te turen. Zo voelt ze zich veilig. Met haar knieën opgetrokken en haar wang tegen het raamkozijn kan ze uren kijken naar de kleuren in de lucht. Eigenlijk wil ze niet veel anders doen dan het kleurenspel dat zich voor haar afspeelt in zich opnemen. Met grote ogen spiedt ze in het rond. Ze laat zich omsluiten door wat ze ziet. Ze laat zich vollopen met dieporanje en scherp blauw, laat zich zinken in een-alles-omringend geel, laat zich verdrinken in het warmste roze. Tot ze niet meer weet waar zij eindigt en de lucht begint. Tot ze zichzelf niet meer ziet, niet meer voelt en enkel de kleuren tellen. Tot Oostroze oostroze is.

Een bloemlezing

Liefste virtuele vrienden, ik bied jullie een kadootje aan. Zomaar zonder reden. Gewoon omdat jullie mijn allerbeste virtuele vrienden zijn en ik al graag eens iets kado doe aan iemand. Zelfs aan virtuele mensen. Hieronder een bloemlezing uit mijn Facebook status updates van het afgelopen jaar. Jawel, ik weet dat jullie hierop zaten te wachten.












Alsjeblieft!

donderdag 13 oktober 2011

Een meesterlijk plan dat niet falen kan

Ik schrijf je neer.
(En nog eens. En nog eens. En nog eens.)
Telkens opnieuw schrijf ik je neer
tot je alle betekenis verliest.
Tot ik niet meer weet wat jij bent.
En dan zet ik je weg.
Ergens in een kast. In een hoekje
uit het zicht.
En na een tijdje kom ik je daar toevallig tegen.
(Kijk eens aan, jij hier.)
Ik zie je. Ik lees je.
En ik weet weer wat jij bent.
En wat je was.

dinsdag 11 oktober 2011

Episch liefdesverhaal

Het kan mijn trouwe lezers misschien wat verbazen, maar een tijdje geleden voelde ik mij plotsklaps genoodzaakt een liefdesverhaal te schrijven. Omdat iedereen wel eens wat in de pap te brokken heeft over De Liefde, vermoed ik. En ik ben niet zo heel anders dan iedereen, uiteraard. Jawel, ik schreef een echt liefdesverhaal. Dat lijkt misschien wat melig voor mijn gewone doen, maar ik kon de drang echt niet langer onderdrukken. Voor ik het goed en wel besefte, had ik al een pen in de hand en begon ik te schrijven aan zo'n echt lief liefdesverhaal. Zo eentje over een jongen en een meisje. Over hoe ze mekaar leren kennen. Over hoe hij haar diep in de ogen kijkt en zij alle besef van tijd verliest. Over hoe zij zijn nek zoent en hij niet meer wat boven of onder is. Over hoe ze enkel nog aan mekaar kunnen denken. Over hoe ze zich een wereld zonder de ander niet meer kunnen voorstellen. Zo'n liefdesverhaal dus. Ik besloot dat ik dan toch klaar was om een episch relaas over die universele Liefde neer te pennen. Het werd een pracht van een verhaal! Een verhaal dat alle lezers ontroeren zal en enkele zelfs een traan kan doen plengen. Maar, zo'n episch liefdesverhaal schrijf je niet op één-twee-drie, daar was ik me wel van bewust. Ik verrichtte dan ook eerst diepgravend opzoekwerk over het onderwerp. Er is namelijk al heel wat geschreven over De Liefde. Het één jammer genoeg al idioter dan het ander. Gelukkig heb ik hier en daar ook wat waardevol bronnenmateriaal kunnen verzamelen. Vol goede moed ging ik uiteindelijk echt aan de slag. Ik nam papier en pen ter hand en begon alvast geniale zinnen te bedenken. Dagen en uren heb ik daar zo gezeten. Lichtjes zwetend en af en toe met de handen in het haar. Het is nu eenmaal niet eenvoudig om zo een complexe gevoelens te verwoorden. Woorden kies je sowieso niet zomaar. Oeverloze overpeinzingen heeft het me gekost. Uiteindelijk begon het tij zich te keren. Na lang denkwerk en dankzij een aantal geniale ingevingen was het zover. Weergaloze zinsconstructies vormden zich op mijn blad. Speelse substantieven walsten met dartele adjectieven en bevlogen bijwoorden op de tonen van een ware werkwoordensymfonie. Er ontstond een symbiose van bijzinnen, nevenschikkend en onderschikkend schikten zich minzaam naast mekaar. Superlatieven speelden haasje-over en probeerden mekaar te overtreffen. Zo'n spitsvondig taaltoneel had ik nog nooit gezien. Ik zat er bij en ik keek er naar en ik zag dat het goed was. Vol bewondering keek ik naar mijn blad. Had ik die woordenpracht neergepend? Ik gaf mezelf een schouderklopje, dat leek me wel gepast, en keek nog eens goedkeurend naar het resultaat. En dat resultaat mag er zijn! Omdat ik met glans in mijn opzet geslaagd ben, kan ik ook niet anders dan het verhaal jullie te delen. Ook al weet ik dat sommigen onder jullie nogal gevoelig zijn als het over De Liefde gaat, toch hoop ik dat éénieder zich in dit geweldige verhaal zal kunnen herkennen. Geniet maar met volle teugen van dit prachtige vertelsel.


Een verhaal over De Liefde
door R.L.

Er waren eens een jongen en een meisje. Ze waren hele goede vrienden. Op een dag werden ze verliefd op elkaar. Toen ging alles mis. Einde.

dinsdag 20 september 2011

Flirten met doperwten

Zijn naam is Diederik. Hij is een heel gewone man. Hij heeft bruine haren en bruine ogen. Geen gezicht dat je lang bijblijft, al heeft hij wel een nette, parelwitte glimlach. Net als alle andere, heel gewone mannen gaat hij iedere dag werken. Hij werkt als leraar Schakeltechnieken op een heel gewone school. Daar geeft hij keurig zijn lessen, van 's ochtends tot 's avonds. Hij maakt zich niet te vaak kwaad, maar hij laat zich ook niet zomaar doen. De leerlingen hebben hem wel graag, denkt hij. 's Avonds als hij naar huis gaat, doet hij heel gewone dingen. Hij gaat naar de winkel en koopt iets om te eten. Omdat hij niet zo'n type is dat zich graag laat verrassen, kiest hij steevast hetzelfde. Snijbonen. Steeds uit dezelfde winkel. Vlees of aardappelen eet hij niet. Hij eet enkel snijbonen. En dat vindt hij best zo, best wel gewoon. Snijbonen zijn ook wel bovenste beste groenten. Mooi groen, zoals de soortnaam doet vermoeden, en heel het seizoen door verkrijgbaar, zelfs al moeten ze van Kenia komen. Hij vindt snijbonen best lekker. Niet dat dat altijd zo geweest is. Vroeger had hij een enorme hekel aan groenten en zeker aan alles wat bonen zijn. (Sojascheuten konden nog net door de beugel.) Maar op een dag, zomaar een heel gewone dag, veranderde hij van mening. Sindsdien eet hij dagelijks zijn portie snijbonen. In het begin was dat bijzonder spannend. Hoe zouden ze deze keer smaken? Zouden ze weer zo mooi groen zijn? En wat met de cuisson? Iedere hap was een moment van extase, van spanning en sensatie. Gewoon nog maar richting kassa wandelen met zijn snijbonen in de hand deed het water al in zijn mond lopen. Zijn hartslag versnelde als de kassierster hem een "goede avond nog" wenste en op weg naar huis kon hij zijn ogen niet van de snijbonen afhouden. Sinds die eerste maanden is er nu al weer een hele poos verstreken. Hij eet nog steeds iedere dag snijbonen, maar aan de kassa geen knikkende knieën meer. Geen verwachtingsvolle blikken, geen zweterige handen aan het stuur op weg naar huis. Nu is het een rustige tred, een kalme hartslag en zo gaat dat iedere dag zijn gangetje. Hij eet zijn snijbonen zonder er veel bij na te denken. Omdat hij dat zo gewoon is en dat vindt hij oké. Waarom zou hij ook nadenken over die snijbonen? Het is niet alsof hij iets tekort komt, toch? Tot hij plots op een dag wat vermoeider dan normaal naar huis gaat. Hij lijkt wat geprikkeld, maar hij weet niet hoe het komt. In de winkel lopen de mensen hem voor de voeten. Hij lijkt wel gehaast. Zijn voeten brengen hem niet als op andere dagen automatisch naar de groente afdeling. Het is bijzonder onverwacht wanneer hij plots vertraagt in de gang met de conserven. Voor hij het goed en wel doorheeft, staat hij oog in oog met een blik doperwten. Conserven vindt hij eigenlijk maar niks, maar dit blik doperwten trekt om de een of andere reden zijn aandacht. Wat een leuk etiket. Hij neemt het blik voorzichtig uit het rek en weegt het in zijn hand. Hij schrikt er zelf een beetje van. Wat een fijn gevoel. En dan neemt hij een impulsieve beslissing. Hij laat zich leiden door zijn gevoel. Hij neemt het blik doperwten mee naar de kassa. Zijn ademhaling versnelt. Op de weg naar huis glimlacht hij nerveus en wordt helemaal zenuwachtig bij het idee dat hij straks misschien wel doperwten zou kunnen eten. Zover komt het niet. Wanneer hij thuiskomt, zet hij het blik kordaat in de kast. Hij is toch zeker niet gek? Plots doperwten beginnen eten? Dat gaat zomaar niet! Die avond ligt hij te woelen in zijn bed. Hij heeft honger, maar wil niet opstaan. Hij ligt te piekeren over al die nieuwe gevoelens, hij weet er geen blijf mee. Hij knijpt zijn ogen dicht en fluistert "doperwt" tegen het donker. Hij houdt wel van de klank van dat woord. Het ploffen van de dop, het rollende van de erwt. Het ronde van de o en het zachte van de w. Doperwt. Doperwt. Hij herhaalt het woord steeds weer. Tot hij met een gelukzalige glimlach in slaap valt. De volgende ochtend wordt hij als herboren wakker. Hij voelt zich beslist niet meer gewoon. Hij heeft nog steeds hetzelfde bruine haar en dezelfde bruine ogen, maar om zijn parelwitte tanden ligt nu een herwonnen glimlach. Hij voelt zich stilletjesaan weer tot leven komen. Hij vormt ronde o'tjes en zachte w'tjes met zijn lippen tijdens het scheren. Gezwind gaat hij de trap af en haalt het blik doperwten uit de kast. Hij trekt het open aan het ijzeren ringetje. Oh, wat een heerlijk geluid is dat. Wel oppassen voor die scherpe rand. Met zijn lievelingslepel tast hij toe. Oh, ze zijn zo groen. En zo rond. De erwtjes rollen over zijn tong. Met volle teugen geniet hij en lepelt hij in een mum van tijd het blik helemaal leeg. Het groene genot zindert nog na. Maar terwijl hij zijn lippen aflikt, voelt hij een ongemakkelijk gevoel naar boven sluipen. Het vertrekt van boven zijn navel, langs z'n maag, zo naar boven tot het een krop in zijn keel vormt. Wat heeft hij gedaan? Zo gulzig, zo schaamteloos. Stilletjesaan groeit het besef dat hij wellicht nooit meer snijbonen zal kunnen eten als voordien. Nooit meer genieten van de knapperigheid, de verfrissing van verse snijbonen. Een algemeen gevoel van weemoed overvalt hem wanneer hij inziet dat hij afscheid zal moeten nemen van zijn geliefde snijboon. Van de spanning van die eerste keren. Van de jaren die ze samen zo gewoontjes doorbrachten. Hij schudt het hoofd en kijkt het lege blik met tranen in de ogen aan. Hoe moet het nu verder? Hij slikt zijn verdriet door en denkt na. Doperwten eten in de plaats van snijbonen? Dat is geen keuze die hij zomaar maken kan. Nietsvermoedend flirten met groene groenten kan verstrekkende gevolgen hebben, dat beseft hij nu maar al te goed. Hij staat in zijn kille keuken, slaat zijn armen om zich heen, sluit zijn ogen en mompelt: "Vaarwel snijboon, ik ga je missen."

Laat dit dieptreurige relaas een waarschuwing zijn voor éénieder die op een roekeloze manier groenten koopt! Denk aan Diederik. En aan zijn snijbonen. En aan zijn doperwten.