::

beschrijfsels en gedachtenwier
ook al interesseert het je geen zier
toch lees je het hier

Posts tonen met het label de tijd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de tijd. Alle posts tonen

zaterdag 31 december 2011

De handen van de dichter rusten nooit

Een tijd geleden kocht ik een dagkalender van de poëzie voor 2012. Dat was toch eventjes balen omdat ik tot nu moest wachten om de gedichten te lezen. En dan nog mag ik er maar 1 per dag, en aangezien ik ongezien gulzig ben is dat een hele uitdaging. Maar goed, tot nu toe is het aan het lukken. Dat verdient een schouderklopje. Ondertussen leer ik ook de poëzie van anderen appreciëren in plaats van enkel mijn eigen werk geniaal te vinden. Er wordt gefluisterd dat dat een gezondere houding is en dus geef ik het maar eens een kans. Eigenlijk gaat het me best goed af, al zeg ik het zelf. Om dat toch even in de verf te zetten, post ik hier ook maar eens iets dat niet van mij komt. Het volgende gedicht is geschreven door mijn opa en dit is (bij mijn weten) de cyberdoop van zijn schrijven. Dat is een hele eer, wat je me bromt!

-------------------
Gedicht

Wij leefden ver van het gras
verwijderd
want toen wij zeiden
lente
was onze stem een ratel
wij dachten wij waren
wij spraken in woorden

Maar nu
wanneer wij spreken:
gras
breekt onze stem
van stilte.

-------------------
Daag, bopa.

dinsdag 17 mei 2011

Geen tijd om te weken

"Het is niet alsof je veel beters te doen hebt, geef maar toe", zei je tegen jezelf. Je zit maar wat. Je pit maar wat. Je moddert aan. En je modderige zelf weet geen blijf met al die tijd. En voor je het weet, gaat het van kwaad naar erger. Tijd wordt een vaag begrip van verloren uren, dagen en maanden. Minuten lijken af te tellen, seconden vermenigvuldigen zich, tellen op, tot de tweede. Een enkele keer probeer je het knipperen van je oogleden te tellen. 1 knipper, 2 knipper, 3 knipper, tot je plots niet meer weet welke dag het is. (Alsof je het gisteren wel wist.) Je lijkt wel terug te keren, in plaats van vooruit te gaan. Zon onder, zon op, zon onder, zon op, engazomaardoor. Je zit vast in tijdloosheid. Ben je er nog wel? Ben je niet stiekem opgelost in achterwaartse dagen? Urenlang ongemerkt gekrompen. Eerst je tenen en je benen en dan de rest. Eén voor één opgeslokt door het grote eeuwig. En je doet er niets aan. Je hebt het vast niet eens door, te druk met denken zitten voelen wachten kijken. En plots ben je weg, binnenstebuiten, ondersteboven, achterwaarts zwevend tussen hier en daar. Voortdobberend op onbestaande briesjes (een beetje zoals dat witte stuifmeel dat maar niet verdwijnt), altijd op weg naar nergens. Tot je niet meer kan en nergens ergens geworden is. Dan sta je plots stil. Bam, daar is de tijd. Je botst hard tegen seconden. Je schrikt wakker. Plots zijn seconden minuten geworden. Een ijskoude waterval van druppelende kwartieren, geutjes halve uren. Een zondvloed van uren wordt dagen en weken. Geen tijd om te weken. Dan moet je vooruit. Vooruit! Al die kostbare brokjes moment! Je opent je ogen. Je hapt naar lucht. Je beweegt. Mee met de stroom. Voorwaarts en altijd maar en altijd maar vooruit.