Ik schrijf je neer.
(En nog eens. En nog eens. En nog eens.)
Telkens opnieuw schrijf ik je neer
tot je alle betekenis verliest.
Tot ik niet meer weet wat jij bent.
En dan zet ik je weg.
Ergens in een kast. In een hoekje
uit het zicht.
En na een tijdje kom ik je daar toevallig tegen.
(Kijk eens aan, jij hier.)
Ik zie je. Ik lees je.
En ik weet weer wat jij bent.
En wat je was.
Posts tonen met het label prietpraat. Alle posts tonen
Posts tonen met het label prietpraat. Alle posts tonen
donderdag 13 oktober 2011
donderdag 14 oktober 2010
Prozaïsche prietpraat
Je ziet dingen die er niet zijn. Dat is altijd al zo geweest. Je denkt iets te horen dat niemand anders gehoord heeft. Als een weerspiegeling van de eigen gedachten. Verzinsels die opborrelen uit de onderbuik van die voortdurende zoektocht. En even goed zie je het als parmantig pralende hersenspinsels, die je onderbewustzijn verlaten. Eerst onderdrukt stijgen ze op en komen onverwachts boven water. Soms een beetje bevreemdend, soms net wat je ervan verwacht had. Als iets goeds, als aanvulling van een onvulbare leegte. Je wilt erbij stil staan, je wilt begrijpen, je wilt zien. Maar ondertussen moet alles altijd maar vooruit. Je stapt uit. Taal wordt beeldtaal, wordt gebarentaal. Wat bedoel je? Je bevindt je in een arena van tijdloosheid. Een colosseum van onbenoembare dorische korinthische ionische. Geruisloos en zonder geluid bewegen mensen er zich voort. Alles is een schim, behalve de personages van het schouwspel. Je zweeft erboven, staat ernaast. Een banneling van verlangens van wederzijds vertrouwen. Wat je ziet is ondoordringbaar in beeld gebracht langs voor langs achter. De onzichtbaarheid van de diepte waar niets te zien is. En toch zie je gruis geruis gespuis. Dwarrelend overal om je heen als sneeuwvlokken. Je houdt je hand open en ziet die grijsgespikkeld worden. Vlekjes die niet smelten. Het overvalt je. De esthetiek van de explosie, naar het einde toe. Een analyse van duizenden seconden in een allesverwoestende oogopslag. De stilte binnenin na het oog van de storm. Een stilte die rinkelt schelt belt fluit piept overweldigt en je schrikt. Vastgeroest in de laatste zinnen word je wakker. En je keert terug. Terug naar boven, terug naar luid naar geluid naar verluidt. Tijd wordt terug aangezet, daar zijn werkelijkheid en wijzers en. Maar altijd weer ben je vergeten wat goed was van het verlies, wat gewonnen is. Vergeten en verloren, nietszeggend en verzonnen.
Abonneren op:
Posts (Atom)