maandag 19 maart 2012
De man die altijd kwaad was
dinsdag 1 november 2011
Het verhaal van Oostroze
dinsdag 11 oktober 2011
Episch liefdesverhaal
Het kan mijn trouwe lezers misschien wat verbazen, maar een tijdje geleden voelde ik mij plotsklaps genoodzaakt een liefdesverhaal te schrijven. Omdat iedereen wel eens wat in de pap te brokken heeft over De Liefde, vermoed ik. En ik ben niet zo heel anders dan iedereen, uiteraard. Jawel, ik schreef een echt liefdesverhaal. Dat lijkt misschien wat melig voor mijn gewone doen, maar ik kon de drang echt niet langer onderdrukken. Voor ik het goed en wel besefte, had ik al een pen in de hand en begon ik te schrijven aan zo'n echt lief liefdesverhaal. Zo eentje over een jongen en een meisje. Over hoe ze mekaar leren kennen. Over hoe hij haar diep in de ogen kijkt en zij alle besef van tijd verliest. Over hoe zij zijn nek zoent en hij niet meer wat boven of onder is. Over hoe ze enkel nog aan mekaar kunnen denken. Over hoe ze zich een wereld zonder de ander niet meer kunnen voorstellen. Zo'n liefdesverhaal dus. Ik besloot dat ik dan toch klaar was om een episch relaas over die universele Liefde neer te pennen. Het werd een pracht van een verhaal! Een verhaal dat alle lezers ontroeren zal en enkele zelfs een traan kan doen plengen. Maar, zo'n episch liefdesverhaal schrijf je niet op één-twee-drie, daar was ik me wel van bewust. Ik verrichtte dan ook eerst diepgravend opzoekwerk over het onderwerp. Er is namelijk al heel wat geschreven over De Liefde. Het één jammer genoeg al idioter dan het ander. Gelukkig heb ik hier en daar ook wat waardevol bronnenmateriaal kunnen verzamelen. Vol goede moed ging ik uiteindelijk echt aan de slag. Ik nam papier en pen ter hand en begon alvast geniale zinnen te bedenken. Dagen en uren heb ik daar zo gezeten. Lichtjes zwetend en af en toe met de handen in het haar. Het is nu eenmaal niet eenvoudig om zo een complexe gevoelens te verwoorden. Woorden kies je sowieso niet zomaar. Oeverloze overpeinzingen heeft het me gekost. Uiteindelijk begon het tij zich te keren. Na lang denkwerk en dankzij een aantal geniale ingevingen was het zover. Weergaloze zinsconstructies vormden zich op mijn blad. Speelse substantieven walsten met dartele adjectieven en bevlogen bijwoorden op de tonen van een ware werkwoordensymfonie. Er ontstond een symbiose van bijzinnen, nevenschikkend en onderschikkend schikten zich minzaam naast mekaar. Superlatieven speelden haasje-over en probeerden mekaar te overtreffen. Zo'n spitsvondig taaltoneel had ik nog nooit gezien. Ik zat er bij en ik keek er naar en ik zag dat het goed was. Vol bewondering keek ik naar mijn blad. Had ik die woordenpracht neergepend? Ik gaf mezelf een schouderklopje, dat leek me wel gepast, en keek nog eens goedkeurend naar het resultaat. En dat resultaat mag er zijn! Omdat ik met glans in mijn opzet geslaagd ben, kan ik ook niet anders dan het verhaal jullie te delen. Ook al weet ik dat sommigen onder jullie nogal gevoelig zijn als het over De Liefde gaat, toch hoop ik dat éénieder zich in dit geweldige verhaal zal kunnen herkennen. Geniet maar met volle teugen van dit prachtige vertelsel.
Een verhaal over De Liefde
door R.L.
Er waren eens een jongen en een meisje. Ze waren hele goede vrienden. Op een dag werden ze verliefd op elkaar. Toen ging alles mis. Einde.
dinsdag 20 september 2011
Flirten met doperwten
Laat dit dieptreurige relaas een waarschuwing zijn voor éénieder die op een roekeloze manier groenten koopt! Denk aan Diederik. En aan zijn snijbonen. En aan zijn doperwten.
donderdag 18 augustus 2011
Verliefd op een monster
Dat monster woont daar nu al vijf jaar. Plots zat ie daar onder mijn bed, ik had hem niet eens uitgenodigd, en sindsdien is ie niet meer weggegaan. Als hij honger heeft dan grolt hij heel erg luid en roept hij: "HONGER! IK HEB HONGER!" Dan geef ik hem snel wat te eten of hij slokt mijn kussen op. Als hij aandacht wilt dan gromt hij onophoudelijk en briest hij: "AANDACHT! IK WIL AANDACHT!" Dan lees ik snel een verhaaltje voor, of hij bijt in mijn tenen.
En af en toe, als het monster heel erg kwaad is, dan spreekt ie wel vijf dagen niet meer tegen mij. Dan kijkt hij boos vanonder het bed en laat zich niet meer horen. Als ik dan te dicht kom, dan hapt hij naar mijn enkels.
Zo leven mijn monster en ik, al vijf jaar knusjes tesamen. En dat gaat best goed zo. Maar zo nu en dan, als mijn monster weer eens boos is, dan wou ik toch dat hij wat kleiner was. En wat minder scherpe klauwen had. En wat minder enge tanden. En zo nu en dan, wou ik dat mijn monster liever was. En pluiziger. Een monster dat zelf ook verhaaltjes voorleest, in plaats van te bijten. Bestaan er eigenlijk wel zo'n monsters? Zijn zo'n monsters niet gewoon verzonnen dan?
Soms wil ik liever zo'n snoezig monster om mee te knuffelen en te lachen. Zo nu en dan. Zo af en toe. Als dat nu eens kon?
zaterdag 5 februari 2011
Willem en Willem
Dit is het diepdroeve relaas van twee vrienden, Willem en Willem. Willem woonde in het huis naast dat van Willem in het kleine dorpje, waar ze samen opgroeiden. Ze gingen naar dezelfde school en zaten in dezelfde klas. Soms droeg Willem Willems boekentas op weg naar school. En soms droeg Willem Willems boekentas. Ze aten samen, ze speelden samen op de schommel en ze werden tesamen verliefd op juf Katrien. Het leek er een beetje op dat ze zo wat alles deelden, behalve hun achternaam dan. Willem Peperzak en Willem Zeepkakker werden samen groot, en groter en ouder en wijzer. En toen kwam de dag waarop ze ieder gingen studeren in de grote stad. En zoals ze gewoon waren, kozen ze dezelfde studierichting. De Willems verdiepten zich in de Nautische Wetenschappen. Willem Peperzak was erg goed in Scheepsbouw en Willem Zeepkakker was erg goed in Navigatieproblematiek. Hadden ze toen al geweten, dat dit kleine onderscheid tot een fatalistische wedijver zou leiden, hadden ze waarschijnlijk andere beslissingen genomen. Willem Peperzak ging bij een catamaranclub en begon aan de bouw van zijn eigen catamaran. Hij werkte hard en nam zijn project erg serieus. Willem Zeepkakker sloot zich aan de studentenvereniging Nautulus en leerde nieuwe vrienden kennen. Op die manier raakten de twee boezemvrienden beetje bij beetje vervreemd van elkaar. Na een tijd zagen de Willems elkaar enkel nog bij het vak Baggervaart. Hoewel ze het niet wouden toegeven, voelden ze zich ieder schuldig en droevig dat hun vriendschap aan het verwateren was. Willem was te trots om toe te geven dat hij Willem miste. En Willem voelde zich een beetje opzijgeschoven door Willems nieuwe vrienden. Ze begonnen ieder hun eigen weg op te gaan. Willem Peperzak won een prestigieuze catamaranrace en werd aangesteld als voorzitter van zijn catamaranclub. En bij succes hoort natuurlijk ook een meisje en het duurde niet lang voordat Victoria uit de les Maritiem Spaans Willems vriendinnetje werd. Ondertussen ging het met Willem Zeepkakker niet te best. Omdat hij opgegroeid was in een klein dorpje en één hele goede vriend had, was het Willem nog nooit opgevallen dat zijn achternaam bijzonder grappig was. Wanneer hij zich voorstelde, begonnen mensen te gnifflen en soms zelfs te gibberen. Het duurde een tijdje vooraleer hij doorhad waarom zijn naam zo grappig was (hij was Zeepkakker gewoon, hij was er dan ook mee opgegroeid) en het overviel hem allemaal een beetje. Sociale situaties kregen een nieuwe dimensie voor Willem. Het voortdurende geplaag en gegrinnik achtervolgde hem en hij werd er ontzettend paranoïde van. In de loop van het derde jaar sloot hij zich thuis op en kwam hij amper buiten. Hij ging zelfs niet meer naar Zeerecht, dat nochtans zijn lievelingsvak was. Ondertussen ging het Willem Peperzak voor de wind. Hij en Victoria gingen samenhokken en hij werd steeds bekender als een voornaam catamaranist. In tegenstelling tot Zeepkakker was Peperzak niet zo'n belachelijke naam, maar wel minstens even opvallend. Het was dan ook daarom dat Willem bijzonder populair werd en de welluidende bijnaam Pepie kreeg. Natuurlijk kreeg Willem Zeepkakker in de gaten dat zijn vroegere boezemvriend zo in de smaak viel met zijn speciale achternaam. Dat zette kwaad bloed bij Willem en het liet hem niet los. Waarom was Peperzak niet belachelijk en Zeepkakker wel? Hij begreep het niet en vond dat Willem hem verraden had, dat hij hem had moeten waarschuwen voor de verregaande gevolgen van de achternaam Zeepkakker. Pepie was zich van geen kwaad bewust. Zijn leven ging z'n gewone, vrolijke gangetje. Het zou onwaar zijn te zeggen dat hij niet heel af en toe met pijn in het hart dacht aan zijn uit het oog verloren vriend Willem, wiens boekentas hij nog gedragen had op weg naar school. Maar vele weken werden maanden en Willem Peperzak vergat Willem Zeepkakker. En vele maanden werden jaren, maar Willem Zeepkakker vergat Willem Peperzak niet. In tegendeel. Hij werd steeds kwader en steeds wraakzuchtiger, tot op een dag de stoppen doorsloegen. Willem bedacht een plan om Willem ten onder te doen gaan. Op de dag van de jaarlijkse catamaranderby 'Wind en Water' sloop hij de loods van Willem Peperzaks catamaranclub binnen en sjoemelde met de spinnaker van de catamaran van Willem. Nog geen drie uur later, een uur na het startschot van de race, sloeg het noodlot toe. Willem zag hoe Willem een ongelijke doodstrijd leverde met zijn zinkende catamaran en lachte maniakaal. Ploeterend in het ruime sop hoorde Willem een duivelse lach. Voor hij goed en wel besefte dat die lach hem bekend voorkwam, zonk hij weg in het water. Alles werd zwart en Willem zag hoe hij en Willem als kinderen samen speelden en samen schommelden. En hoe hij soms Willems boekentas droeg op weg naar school. En hoe Willem soms zijn boekentas droeg op weg naar school. En toen was het voorbij. En Willem Zeepkakker leefde nog lang en ongelukkig, want zijn naam bleef lachwekkend, met of zonder Willem Peperzak.
Dit diepdroeve en bijzonder vertederende verhaal schreef ik in het kader van een "lang uitgedacht en behoorlijk prestigieus samenwerkingsverband" (dixit Vincent) met Vanafhierisalleswathetlijkt.
donderdag 3 februari 2011
Vruchtbaarheid
Mijn dag begon vrij laat, zoals het een goede werkloze (lees: werkzoekende) betaamt. Ik liet mijn teddybeer alleen achter in het bed en ging krantlezencornflakesetenkoffiedrinken. Dat doe ik zo vaak dat ik er graag 1 werkwoord van zou maken. Tijdens het krantlezen werd ik bijna wat weemoedig. De krant brengt namelijk alleen slecht nieuws en dat is nogal triestig. Maar mijn neerslachtige bui ging snel voorbij toen ik besefte dat ik een projectje te voltooien had. Ik ging namelijk een nieuwe lamp ophangen. Hier deed ik mijn allereerste levenvooraltijdveranderende ontdekking: het bruine draadje en het rode draadje zijn dan toch niet hetzelfde! Dat ontdekte ik na een goed uurtje prutsen en groot was dan ook mijn teleurstelling toen ik zag dat de lamp nog altijd niet wou branden. Maar het helpt niet om daarbij stil te staan en te treuren over je mislukking. Veel interssanter vind ik mijn ontdekking over de draadjes. Daar kan je nu eens echt nog iets mee doen later, dacht ik dan. Mijn volgende onthutsende ervaring heeft ook zo'n fantastisch inzicht tot gevolg gehad en zal zeker nog van pas komen in de toekomst. Later op de dag (want dat hoort zo bij chronologische verhalen) bevond ik mij in een niet nader te noemen winkel. Het was niet zo een doodgewone winkel, maar een winkel met allemaal biologische en dure producten. Want de natuur wil ook wel eens wat, toch? Tijdens het winkelen viel mijn oog op een bijzonder product: Rokerssiroop. "Kijk eens aan, een siroop voor rokers!" dacht ik bij mezelf, "en wat doet die dan?" Het etiket leerde mij iets fascinerends: "versterkt de longen door de jarenlange opgestapelde teerlaag te reinigen" en "deze siroop maakt het de rokers mogelijk meer vrij te ademen" Allemaal dankzij alantwortel en malrovekruid! En als je dat niet gelooft dan doen ze wel twee andere zelfverzonnen kruiden in een flesje. Dit is zonder twijfel een waardevol inzicht en ik ben een beetje verbaasd dat dit niet algemeen bekend is. Maar daar wil ik graag verandering in brengen en daarom dus dit relaas over mijn vruchtbare dag. Andere boeiende ontdekkingen deed ik op het internet. Dat is sowieso de plek bij uitstek om dingen te weten te komen. Meestal dingen die je echt niet wou weten (zie whale fart), maar soms ook echt nuttige weetjes. Zo ben ik nu de trotse eigenaar van allerlei nieuwe kennis. Ik weet nu dat Willem Peperzak een widesse gluiper was. (Later meer over die Willem Peperzak.) Al deze nieuwe kennis moet dringend mentaal verwerkt worden door middel van meditatie en een overvloedige alcoholconsumptie. Dat is immers de beste manier om Echt Belangrijke dingen zo lang mogelijk te onthouden. Ik raad eenieder van jullie dan ook aan om mijn voorbeeld te volgen. Zo rap mogelijk.
Tschüss!
maandag 5 juli 2010
Nagel op de kop
Vandaag las ik je stukje op de voorpagina van De Morgen. Je schrijfsel was zoals steeds een parel van pathos, je woordkeuze fris en verfrissend, je zinnen kleine beetjes epiek. Maar je schrijven is meer dan een mooie vorm, natuurlijk. Niet alleen de knappe verpakking telt, je slaagt er ook in telkens opnieuw een boodschap mee te geven. Een inhoudelijke diepgang, die menig filosofisch levensgenieter jaloers kan maken. Die aandoenlijke tranche de vie, waarin éénieder van ons zich kan herkennen. Dat universele, maar toch ook unieke, maakt je stukjes zo tastbaar. Petje af, echt waar. Je schrijven van vandaag ging over liefde. Een gewaagd onderwerp, al zeg ik het zelf. Maar zoals steeds lukt het je om dat algemeen bekende en toch ook hoogst persoonlijke gevoel in iets concreet om te zetten. Iets herkenbaar, waar we ons allemaal mee kunnen identificeren. Meer nog, het geeft ons ook een nieuw inzicht over ons eigen leven. Want je besluit is zó nagel op de kop. Onvoorstelbaar hoe je daar in slaagt. Er zit zoveel waarheid in die ene vraag, en op die manier houdt je proza ons een spiegel voor, waarin we onszelf kunnen ontdekken. "Want zou de mens überhaupt nog handelen, als leven en liefde twijfel noch sterfelijkheid kenden?" Je retorische talent kent geen grenzen, zoveel is duidelijk. Het is verhelderend om zo'n inzichten te kunnen lezen in de krant, zomaar op de voorpagina. We worden verwend. We krijgen die kleine levenswijsheden gewoon zomaar iedere ochtend op onze deurmat geplaceerd. Ik ben er zeker van dat éénieder gediend is met de banale, en tegelijkertijd ook wereldse, kennis, die je ons biedt. Daarom wil ik je bedanken, Margot. Niet alleen voor een fantastisch brokje taalgenot, maar ook voor de boodschap die je meegeeft. Bedankt!
vrijdag 26 maart 2010
Voor Margot
Het is half acht 's ochtends. De ochtendspits maakt van het station een mierennest van haastige mensen. Een doelbewuste wirwar van alle leeftijden. Mannen in maatpakken zwaaien met hun aktetassen, zich haastend naar het perron. Vrouwen op hoge hakken banen zich een weg op de trappen. De trein komt bijna aan. Nog vier minuten. Aan de trap staat een groepje studenten, klaar voor een vroege les. Nog drie minuten. Het groepje kijkt ongeduldig in het rond, alsof ze iets aan het zoeken zijn. Nog twee minuten. De trein rijdt het station al binnen en onrustige ogen schieten van links naar rechts. Er ontbreekt nog iemand. Nog één minuut. Enkele studenten stappen al op, de rest blijft aarzelend aan de deur staan. De conducteur fluit. Samen met gehaaste laatkomers stappen ze dan toch de trein op, zij als allerlaatste. Tegelijkertijd komt de jongen eindelijk de trap op. In zijn handen twee koffies, één voor hem en één voor haar. Één zwart, één met melk. Alletwee dampend warm. Ze ziet nog net hoe hij richting deur snelt, maar die schuift onherroepelijk dicht. Daar staan ze dan. Hij buiten en zij binnen. Zachtjes glijdt de trein weg, terwijl ze verontschuldigend naar mekaar glimlachen.
Dit geniale stukje alledaagse, zeemzoeterige weemoed schreef ik in opdracht van mijn klasgenote Sophie en is opgedragen aan Margot Vanderstraeten.
Tschüss!