::

beschrijfsels en gedachtenwier
ook al interesseert het je geen zier
toch lees je het hier

Posts tonen met het label het achterhoofd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label het achterhoofd. Alle posts tonen

zondag 13 maart 2011

Vergelijken

Het leven kan toch soms zo ontzettend ingewikkeld zijn. Zo verdomde verwarrend, als een vis verloren in een zee van water. Van zeewater zelfs. Niet van zoet water, dat zou nergens op slaan. Dat zou de dingen alleen nog maar moeilijker maken. En voor we het weten voelen we ons volledig vervreemd van alles, als een voluptueuze dame die hunkert naar een zoen. Nee, het is oppassen geblazen met al die complexiteit! Verwikkelingen schuilen achter iedere hoek, als waterlelies die dobberen op drijfzand. Dat drijfzand, daar heb ik het al eerder over gehad. De vraagstukken die dat woord oproept, blijven het zoeken naar een glasscherf in een wervelwind. Ze blijven onbeantwoord en soms wekt dat bij mij een enorme weemoed op. Weemoed, als ware ik een vrouw van tachtig die teruggrijpt naar die trompet van weleer. Ja, die trompet. Je weet wel waarover ik het heb. Weleer, toen, lang geleden. Een verre tijd, ontoegankelijk geworden, bedolven onder de klimop van herinneringen. Ook dat maakt van het leven een voortdurende strijd, een gevecht tussen duim en pink. En meermaals ondernemen we een poging om helderheid te vinden, om ons te beschermen tegen die regen van verwarring en onzekerheid. Wat kan ons daarbij helpen? Hoe moeten we met deze zaken omgaan? Kunnen we ons misschien bedienen van de paraplu van de introspectie? Of de regenjas der zelfrelativering? Hoewel dat voor jullie misschien anders ligt, helpen zulke remedies mij niet. Ik ben weerloos, als een zeehond tegenover een orka. Bijna als een speelbal van het orkest. En dat is niet uit vrije wil. Niet zomaar omdat ik niet beter weet, als een website zonder server, maar gewoon omdat ik zo ben. Al die prikkels in het leven, die uitwassen van buitensporigheid, die kunnen me zo eindeloos verwarren. Als een eend in een doolhof zoek ik mijn weg. En, eerlijk, het meest verwarrend zijn van die vergelijkingen, die nergens op slaan. Als een trommel zonder tang op een varken.

Noot: Als ik voor iedere slechte vergelijking hierboven een pintje zou gedronken hebben, was ik nu zo zat als een stofzuiger zonder zorgen. Hips!

maandag 18 oktober 2010

Afscheid van een kamerplant

Vandaag ontdekte ik dat een van mijn kamerplanten onverwachts gestorven is. Toen ik zijn slappe blaadjes levenloos en wat vergeeld over de sierpot zag hangen, zei ik luidop: "Auh, de plant is dood!" En wat een diepdroevig moment was dat. Er is niets triestigers dan het plotse overlijden van een kamerplant, wees daar maar zeker van. Al je zorgzame begieten, blaadjes aaien en potje naar het licht draaien, blijken volledig tevergeefs te zijn. Een overkoepelend gevoel van weemoedigheid overviel me. En dat moment zorgde ervoor dat ik, geheel tegen alle verwachtingen in, even nadacht over de vergankelijkheid van het leven. Gelukkig stopte ik daar vlug mee, want nadenken over de vergankelijkheid van het leven is bijzonder deprimerend. Heel even overwoog ik een intriest gedicht te schrijven om mijn gevoelens beter onder woorden te brengen, maar ik besefte al gauw dat dit verdriet de mogelijkheden van taal overstijgt. En daarom ben ik er dan maar gewoon niet aan begonnen. Het is namelijk een feit dat, wanneer je twijfelt aan je kunnen, het beter is om gewoon niet te proberen slagen of iets bij te leren. Wie niets doet, doet ook niets verkeerd. En dat is er eentje om op een tegeltje te laten zetten, zeg ik altijd. (Echt waar, altijd.) Maar we keren even terug naar mijn hartverscheurende relaas over mijn overleden kamerplant. Aangezien taal niet toereikend kon zijn, moest ik op zoek naar een andere manier om mijn gevoelens te kunnen uiten. Het is heel belangrijk altijd je gevoelens te uiten, want het niet uiten van gevoelens leidt tot flatulentie en is nefast voor je karma, om nog maar te zwijgen van de bilabiale chakra's. Om dit alles te vermijden, moest ik dus dringend een vorm van expressie voor mijn emoties zoeken. Ik overwoog een lied te componeren, maar ik zag in dat ik toch enige hinder kon ondervinden van het feit dat ik geen noten kan lezen. Gelukkig bedacht mijn brein gauw een nieuw plan. Ik zou mijn verdriet wegdrinken! Alle genieën doen het en ik voorzag dus geen enkel probleem met dit lumineuze idee. Ik dronk veertien glazen wodka, twaalf schoendozen appelsap, acht liter kervelsoep, twee longdrinks, een martini en vijf eierdopjes olijfolie. Het behoeft geen verdere uitleg dat ik me daarna lichamelijk wat slapjes voelde. Maar mijn plan had prachtig goed gewerkt want zelfs tijdens het leegpompen van mijn maag, heb ik niet één keer aan mijn kamerplant gedacht. Zo zie je maar, je verdriet wegdrinken kan beter zijn dan gedichten schrijven. Wie had dat gedacht? Ik alleszins niet, maar nu weet ik wel beter. Vrees echter niet, lieve fans van het poëtische woord, dat ik het rijmen en dichten nu de rug toegekeerd heb. Niets is minder waar. Wanneer ik het verlies van mijn kamerplant volledig verwerkt heb, zal ik de laatste hand leggen aan mijn eerste gedichtenbundel. Maar meer daarover een volgende keer, want nu moet ik genieten van mijn herwonnen mentale stabiliteit.

Tschüss!

zondag 26 september 2010

Ongemak

Het moet je maar overkomen. Drie dagen lang dan nog wel. Het kwam helemaal uit het niets. Je denkt erover na, maar je kan niets bedenken dat de oorzaak zou kunnen zijn. Wat heb je dan gedaan dat het zo ver gekomen is? En dan vraag ,je je af waar je het aan verdiend hebt. Wat heb je nu weer misdaan? Is het karma? Maar eigenlijk moet je je al die vragen niet stellen, want heel misschien overkomt het iedereen wel eens. Ja, misschien is dat het wel. Iedereen maakt het al eens mee, en daarin ben jij geen uitzondering. Dat zou een verklaring kunnen zijn. Oef. Maar dan blijft er nog de vraag hoe ervan af te komen. Want dat het een ongemak is, dat mag zeker zijn. En je houdt echt niet van ongemak. Daar komt niets goeds van, dat weet je zeker. Voor je het weet, gaat het van kwaad naar erger! En dan is er geen houden meer aan! Maar zo ver is het nog niet, en dus denk je na over een oplossing. Of een remedie. Of misschien heb je wel een geneesmiddel nodig? Is het al zo erg dan? Je denkt na. Je beslist eerst een remedie te zoeken. Je bent waarschijnlijk wat aan het overdrijven. Drie dagen is nu ook niet zo lang. Toch? Maar toch lang genoeg om van een aanhoudend kwaaltje te spreken. Je richt je tot een ervaringsdeskundige om het kwaaltje aan te pakken. Je wil de koe bij de horens vatten en het kalf slachten voor het verdronken is. Ofzoiets. En dan heb je je remedie gevonden en je begint vol goede moed aan het bestrijden van je ongemak. Eerst moet je wat wennen, maar al gauw ben je ermee weg. Meer nog, je zet door. Af en toe voel je je wat onzeker. Gaat dit wel werken? Waarom merk ik nog geen verbetering? Maar dan na enkele dagen merk je vooruitgang. Het ongemak is wat draaglijker aan het worden. Je bent optimistisch en hoopt dat nu alles vlug weer zijn oude gangetje zal gaan. Geef het nog een paar dagen en je merkt er niets meer van. Dan is die kleine nachtmerrie voorbij. Dan kan je weer opgelucht ademhalen en voel je je weer helemaal onbelemmerd. Ook je gemoed zal er stukken op vooruit gaan. Geen donkere gedachten of onzekerheid meer. Nog even volharden nu en dan ben je helemaal verlost van je ongemak. Weg kwaaltje, weg met dat nare gevoel. Nog even doorzetten. En dan plots, even plots als het gekomen was, is je ongemak voorbij. Al je klachten, al je gekke symptomen verdwijnen even snel als ze gekomen zijn. Wat een geluk. Je glimlacht wanneer je beseft dat je je geen zorgen meer hoeft te maken. Wat kan het leven mooi zijn, denk je vrolijk. Ja, emotionele constipatie, het moet je maar overkomen.

donderdag 20 mei 2010

kwade dagen

Het kan al eens gebeuren, op een doordeweekse zonnige dag, dat je zomaar -- echt heel erg plots -- een moment van kwaadaardigheid hebt. Je zit gemoedelijk op een terrasje, je bent gezapig aan het kuieren of je fietst gezwind van A naar B en dan overvalt het je. Helemaal plotseling. Je hebt het niet kunnen zien aankomen. Niets doet je vermoeden dat dat kwaadaardige moment je zo zou overvallen. En dus kan je het ook niet vermijden, want het gebeurt gewoon. De kwaadaardigheid voel je opborrelen. Hij komt van ergens diep vanbinnen, of van nog ergens anders, maar dat weet je niet zeker. In een mum van tijd ben je doordrongen van kwaadaardigheid en kan je enkel nog gemene dingen denken. En het blijft ook niet bij denken! Oh nee! Boze dingen doen hoort er ook bij. Terwijl je je nog even afvraagt waarom je je plots zo kwaadaardig voelt, valt je oog op een klein kindje. Een klein meisje met blauwe oogjes en blonde haartjes. Bijna onschuldig, bijna schattig. En daarvan gaat je bloed koken. Je voelt een bijzonder kwaadaardig plan opkomen. Je tast in je zak en vindt een lollie. Zo een ronde, met een rode kleur, in zo'n doorzichtig folietje. Het meesterlijke plan begint zich te ontplooien wanneer je richting kindje wandelt. Dag kindje, glimlach je. En het kindje lacht terug. Haar grote blauwe ogen kijken je benieuwd aan, blij met de aandacht die ze krijgt. Dan haal je de lollie uit je zak. Haar ogen worden nog veel groter en ze kijkt je verwachtingsvol aan. Voor mij? Je wuift de lollie een paar keer heen en weer voor haar blozende gezichtje. Ze opent haar kleine handjes en lacht. Voor mij! Je glimlacht bemoedigend en geeft haar de lollie. Ze neemt hem gretig aan, bekijkt hem een beetje bewonderend. Helemaal van mij! Maar dan, voor ze het goed en wel doorheeft, trek je het snoepgoed uit haar handje en steek je het terug in je zak. Je kijkt haar triomfantelijk aan. Ze beantwoordt je blik met grote ogen vol onbegrip. Dan begint het haar te dagen. Haar glimlach smelt weg en haar blauwe ogen schieten vol tranen. Je grijnst en ziet de tranen over haar wangen rollen. Je meesterlijke plan is feilloos verlopen. Snoep afpakken van een kindje: zo oud als de straat maar het effect blijft onveranderd. Je laat het kindje huilend achter terwijl je glunderend wegwandelt. Ja meisje, wat had je dan gedacht?

Tschüss.

dinsdag 3 juni 2008

Festijn der vreugde

De geneugten van het leven zijn niets vergeleken met de geneugten van het zijn. Het zijn? Is dat niet hetzelfde als het leven? Neen. Dat is het niet.
Maar goed. Ik meld mijn surfende fanclub het volgende: Ik zou gaarne trouwen met een jongeheer die de naam Edelbert von Knickerbacker draagt. Indien je zo iemand kent, gelieve hem met mij in contact te brengen. Ik zal hem niet opeten. Dan zou ik behoorlijk voor aap staan tijdens het trouwfeest, ahja. En is er iets ergers dan voor aap staan? Misschien achter aap staan, maar dat blijft tot nu toe onbevestigd. Wat ook onbevestigd blijft is het nut van Duitse geschiedenis. Werkelijk, alsof er daar nu iemand door geboeid is? Het is niet alsof de Duitsers de wereld hebben proberen veroveren of een soort gigantische doelgerichte genocide op touw gezet hebben? Een scheet in een fles, die Duitse geschiedenis. Maar goed, het Ministerie van Onderwijs en ook de Algemene Kennis willen dat ik me in deze stof verdiep en verdiepen zal ik doen. Maar niet te diep. Dat is vast slecht voor je karma. Met dat in het achterhoofd ga ik een slaatje van heilbot, schoensmeer en yakkentong gaan eten.
Edoch, ik zeg u geen vaarwel vrienden,
wij zien elkander weer.
Tschüss