Een mens komt al eens iets tegen in het leven, zeg ik altijd maar. En vooral als je zo'n bijzonder spannend leven hebt als ondergeschrevene (ik dus). Het zou ons veel te ver brengen om met al te veel geuren en kleuren in te gaan op de zaken die mijn leven zo fascinerend maken, maar u kan er zich van vergewissen dat ik wel weet waar het honingpotje staat. Ja, "Jawadde", zou de volksmond zelfs al eens durven riposteren. Over de volksmond gesproken, terug naar mijn bijzonder luisterrijke avonturen. Soms, als het echt moet, durf ik mij al eens buitenshuis wagen. Gewapend met sjaal en andere stijlvolle accessoires trek ik de wijde wereld in. Of toch alleszins richting bakker, drie straten verder. Op die tocht kom ik vaker dan af en toe mijn buurvrouw tegen. Niet die met haar verfoeilijke stofvodobsessie, maar een andere. Dit exemplaar is robuuster en rijkelijk voorzien van al wat Moeder Natuur maar kan geven, behalve intellect. En toch, in uithoudingsvermogen blinkt zij uit en overtreft zij menig ander schepsel. Het zit namelijk zo: zij is bezig met het halen van een wereldrecord. Het duurt nu vast niet lang meer voor we haar kunnen kronen tot Koningin der Meest Onverwachte en Irrelevante Racistische Uitspraken (Tijdens Gesprekken Over Dagdagelijkse Dingen). Ik vond die titel ook eerst eerder overdreven, maar dat is vast ook de bedoeling. Eerlijk gezegd, haar wereldrecordpoging is ondertussen echt een knappe verwezenlijking aan het worden en dus kan ik niet anders dan haar steunen. Het is heus niet makkelijk om in een dagdagelijks (doch verfijnd) gesprek over ladders, regen of zeepsop een racistische opmerking te berde te brengen. En toch slaagt zij daar als geen ander in. Ik ben ervan overtuigd dat weinigen haar dat na kunnen doen. Daarnaast ben ik er ook van overtuigd dat weinigen dat zouden willen. Het is namelijk een ware uitputtingsstrijd, zo'n wereldrecord behalen. Ik kan het wel weten, nu ik de eindfase van mijn eigen wereldrecordpoging nader. En al lijkt de eindstreep nog niet meteen in zicht, toch begint het al te wegen. Het is dan ook algemeen geweten dat de laatste loodjes het zwaarst wegen, anders zou het geen spreekwoord zijn. Want zo gaat dat nu eenmaal, doodgewone dingen zoals "Zal deze wereld blijven bestaan?" worden geen spreekwoorden, dat hoort niet. En zo zijn er wel nog een hele hoop zaken die niet horen, maar laten we daar nu niet dieper op ingaan. Te gelegener tijd zal ik me met veel plezier over die kwestie buigen, maar laten we nu omwille van de chronologie even terugkeren naar mijn avontuur aan mijn voordeur. Wanneer ik daar dan zo sta, toeschouwer van een geweldige recordpoging, kan ik me niet van de indruk ontdoen dat zij (mijn buurvrouw dus) vast een zware last moet torsen. En dan heb ik het niet alleen over haar volumineuze derrière. Nee, het is eenzaam aan de top. Het moet toch wat met je doen als mens om zo alleen op te klimmen. Door je superioriteit stijg je boven het plebs en al die smerige, profiterende bruinen uit, tot je helemaal bovenaan staat. Het kan niet gemakkelijk zijn, en daarom wil ik dit schrijven aan haar opdragen. Er staat niets professioneler dan je schrijven opdragen aan iemand. Misschien een hippe zonnebril of bretellen, maar dat kunnen we niet met zekerheid zeggen. Wat we wel met zekerheid kunnen zeggen, is dat mijn buurvrouw een ware heldin is. Moge haar grote volksmond nog jarenlang diepzinnige waarheden poneren!
Io vivat, buurvrouw!
dinsdag 17 mei 2011
Geen tijd om te weken
"Het is niet alsof je veel beters te doen hebt, geef maar toe", zei je tegen jezelf. Je zit maar wat. Je pit maar wat. Je moddert aan. En je modderige zelf weet geen blijf met al die tijd. En voor je het weet, gaat het van kwaad naar erger. Tijd wordt een vaag begrip van verloren uren, dagen en maanden. Minuten lijken af te tellen, seconden vermenigvuldigen zich, tellen op, tot de tweede. Een enkele keer probeer je het knipperen van je oogleden te tellen. 1 knipper, 2 knipper, 3 knipper, tot je plots niet meer weet welke dag het is. (Alsof je het gisteren wel wist.) Je lijkt wel terug te keren, in plaats van vooruit te gaan. Zon onder, zon op, zon onder, zon op, engazomaardoor. Je zit vast in tijdloosheid. Ben je er nog wel? Ben je niet stiekem opgelost in achterwaartse dagen? Urenlang ongemerkt gekrompen. Eerst je tenen en je benen en dan de rest. Eén voor één opgeslokt door het grote eeuwig. En je doet er niets aan. Je hebt het vast niet eens door, te druk met denken zitten voelen wachten kijken. En plots ben je weg, binnenstebuiten, ondersteboven, achterwaarts zwevend tussen hier en daar. Voortdobberend op onbestaande briesjes (een beetje zoals dat witte stuifmeel dat maar niet verdwijnt), altijd op weg naar nergens. Tot je niet meer kan en nergens ergens geworden is. Dan sta je plots stil. Bam, daar is de tijd. Je botst hard tegen seconden. Je schrikt wakker. Plots zijn seconden minuten geworden. Een ijskoude waterval van druppelende kwartieren, geutjes halve uren. Een zondvloed van uren wordt dagen en weken. Geen tijd om te weken. Dan moet je vooruit. Vooruit! Al die kostbare brokjes moment! Je opent je ogen. Je hapt naar lucht. Je beweegt. Mee met de stroom. Voorwaarts en altijd maar en altijd maar vooruit.
woensdag 23 maart 2011
Reuzen
Het gebeurt wel al eens dat ik tijdens het werkzoeken een ietwat gekke vacature tegenkom. Zo zijn er bijvoorbeeld bedrijven die op zoek zijn naar mensen die goed overweg kunnen met Photoshop, InDesign en Dreamweaver, zowel Nederlands, Frans, Duits als Engels spreken én een koksopleiding genoten hebben. Het zal niemand verbazen dat zulke vacatures niet zo rap ingevuld raken. Gelukkig zijn er ook veel redelijke vacatures, met redelijke verwachtingen. Zo van die vacatures waar je meteen op wil reageren, voor jobs die je meteen wil doen! Zo een vacature kwam ik vandaag tegen op het grootse wereldwijde web der wonderen. Gezocht: "Medewerker voor het inventariseren van reuzen". Je leest het goed, jawel, het inventariseren van reuzen. Toegegeven, dat klinkt eerst wat vreemd. Maar eens je erover nadenkt, besef je wat voor een nuttige bezigheid dat wel kan zijn. Het is dan ook daarom, dat ik me meteen kandidaat gesteld heb voor die functie. Ik kan bijna niet wachten tot ik, gewapend met clipboard en stilo, het Vlaamse land doorkruis op zoek naar reuzen. Waarschijnlijk hoort er ook een stijlvol uniform bij deze job, hopelijk ook met een hippe hoed. Zoniet, dan kies ik zelf wel een uniform. Het is altijd belangrijk om goed herkenbaar op pad te gaan. Zeker als je van deur tot deur moet gaan. De mensen mogen natuurlijk niet denken dat je één of andere verkoper bent van zeep of stofzuigers, of erger nog, een getuige van Jehova. Nee, als officiële Inventarisator Der Reuzen moet je herkenbaar zijn, zodat éénieder onbevreesd de deur kan openen om zich als reus kenbaar te maken. Bij dat van deur tot deur gaan, hoort natuurlijk ook een hoogst professioneel gesprek, om uit te leggen wat mijn taak precies is. Ik ga alvast mijn gesprekje wat oefenen.
Ik: "Goeiedag mevrouw/meneer, mijn naam is Roza en ik ben bezig met een inventaris van reuzen in het Vlaamse land."
Mevrouw/meneer: "Ah zo. Uiteraard. Komt u toch binnen."
Ik: "Dankjewel." (En dan ga ik binnen.)
Mevrouw/meneer: "Wenst u een tas koffie? Of thee misschien?"
Ik: "Een tas koffie graag, dankjewel hoor."
(Mevrouw/meneer maakt koffie en ondertussen leg ik mijn taak wat beter uit.)
Ik: "Namens het Vlaams Agentschap Der Reuzeninventarisering ben ik op zoek naar alle reuzen woonachtig in Vlaanderen. Het is namelijk de bedoeling een duidelijke balans te kunnen opmaken van de hedendaagse reuzenpopulatie."
Mevrouw/meneer: "Ah zo. Wat interessant."
Ik: "Inderdaad, bijzonder boeiend. Maar laat ons overgaan tot de orde van de dag. Bent u een reus?"
Mevrouw/meneer: "Nou, nee, dat zou ik niet zeggen."
Ik: "Mag ik dat dan per meting van uw persoon bevestigen?"
Mevrouw/meneer: "Jawel, gaat u uw gang. Wenst u suiker, of melk misschien?"
Ik: "Een beetje melk graag."
(Ondertussen voer ik dan de officiële Meting Der Persoon uit volgens de voorschriften in het Handboek Der Efficiënte Personenmeting Voor Reuzenidentificatie.)
Ik: "U blijkt inderdaad geen reus te zijn, mevrouw/meneer. Wonen hier nog andere mensen, die eventueel een reus zouden kunnen zijn?"
Mevrouw/meneer: "Nee, ik denk van niet."
Ik: "Goed, bedankt voor uw medewerking. En voor de koffie. Er zal u zo spoedig mogelijk een officieel Getuigschrift ter Bevestiging van uw Niet-Reusachtige Lichaamslengte opgestuurd worden. Een prettige dag verder."
Zeer professioneel allemaal, zo hoort het. Ik ben ervan overtuigd dat dit de meest vlotte manier van werken zal zijn. Met de erkende Inventarisatormobiel bezoek ik provincie per provincie. Uiteraard is ook de Inventatisatormobiel goed herkenbaar gemaakt, met het logo van het Agentschap. De kleuren van het uniform en het mobiel zullen wonderwel op mekaar afgestemd zijn. Vermoedelijk zal ik dan na jaren hard labeur tot de volgende balans komen: West-Vlaanderen: 0 reuzen, Oost-Vlaanderen: 0 reuzen, Antwerpen: 0 reuzen, Limburg: 0 reuzen, Vlaams-Brabant: 0 reuzen. De hoogstwaarschijnlijke vaststelling dat er helemaal geen reuzen zijn in Vlaanderen zal niemand echt verbazen. Maar, zoals jullie wel weten, dat blijft slechts speculatie tot iemand daadwerkelijk de vermoedens bevestigt. De empirische waarheid blijft de enige echte waarheid. Trouwe lezers zullen hierin mijn levensmotto herkennen en begrijpen waarom deze job mij op het lijf geschreven is. Over schrijven gesproken (of eigenlijk geschreven), ik moet dringend aan mijn motivatiebrief beginnen, voordat iemand anders met deze topfunctie gaat lopen.
Ik: "Goeiedag mevrouw/meneer, mijn naam is Roza en ik ben bezig met een inventaris van reuzen in het Vlaamse land."
Mevrouw/meneer: "Ah zo. Uiteraard. Komt u toch binnen."
Ik: "Dankjewel." (En dan ga ik binnen.)
Mevrouw/meneer: "Wenst u een tas koffie? Of thee misschien?"
Ik: "Een tas koffie graag, dankjewel hoor."
(Mevrouw/meneer maakt koffie en ondertussen leg ik mijn taak wat beter uit.)
Ik: "Namens het Vlaams Agentschap Der Reuzeninventarisering ben ik op zoek naar alle reuzen woonachtig in Vlaanderen. Het is namelijk de bedoeling een duidelijke balans te kunnen opmaken van de hedendaagse reuzenpopulatie."
Mevrouw/meneer: "Ah zo. Wat interessant."
Ik: "Inderdaad, bijzonder boeiend. Maar laat ons overgaan tot de orde van de dag. Bent u een reus?"
Mevrouw/meneer: "Nou, nee, dat zou ik niet zeggen."
Ik: "Mag ik dat dan per meting van uw persoon bevestigen?"
Mevrouw/meneer: "Jawel, gaat u uw gang. Wenst u suiker, of melk misschien?"
Ik: "Een beetje melk graag."
(Ondertussen voer ik dan de officiële Meting Der Persoon uit volgens de voorschriften in het Handboek Der Efficiënte Personenmeting Voor Reuzenidentificatie.)
Ik: "U blijkt inderdaad geen reus te zijn, mevrouw/meneer. Wonen hier nog andere mensen, die eventueel een reus zouden kunnen zijn?"
Mevrouw/meneer: "Nee, ik denk van niet."
Ik: "Goed, bedankt voor uw medewerking. En voor de koffie. Er zal u zo spoedig mogelijk een officieel Getuigschrift ter Bevestiging van uw Niet-Reusachtige Lichaamslengte opgestuurd worden. Een prettige dag verder."
Zeer professioneel allemaal, zo hoort het. Ik ben ervan overtuigd dat dit de meest vlotte manier van werken zal zijn. Met de erkende Inventarisatormobiel bezoek ik provincie per provincie. Uiteraard is ook de Inventatisatormobiel goed herkenbaar gemaakt, met het logo van het Agentschap. De kleuren van het uniform en het mobiel zullen wonderwel op mekaar afgestemd zijn. Vermoedelijk zal ik dan na jaren hard labeur tot de volgende balans komen: West-Vlaanderen: 0 reuzen, Oost-Vlaanderen: 0 reuzen, Antwerpen: 0 reuzen, Limburg: 0 reuzen, Vlaams-Brabant: 0 reuzen. De hoogstwaarschijnlijke vaststelling dat er helemaal geen reuzen zijn in Vlaanderen zal niemand echt verbazen. Maar, zoals jullie wel weten, dat blijft slechts speculatie tot iemand daadwerkelijk de vermoedens bevestigt. De empirische waarheid blijft de enige echte waarheid. Trouwe lezers zullen hierin mijn levensmotto herkennen en begrijpen waarom deze job mij op het lijf geschreven is. Over schrijven gesproken (of eigenlijk geschreven), ik moet dringend aan mijn motivatiebrief beginnen, voordat iemand anders met deze topfunctie gaat lopen.
zondag 13 maart 2011
Vergelijken
Het leven kan toch soms zo ontzettend ingewikkeld zijn. Zo verdomde verwarrend, als een vis verloren in een zee van water. Van zeewater zelfs. Niet van zoet water, dat zou nergens op slaan. Dat zou de dingen alleen nog maar moeilijker maken. En voor we het weten voelen we ons volledig vervreemd van alles, als een voluptueuze dame die hunkert naar een zoen. Nee, het is oppassen geblazen met al die complexiteit! Verwikkelingen schuilen achter iedere hoek, als waterlelies die dobberen op drijfzand. Dat drijfzand, daar heb ik het al eerder over gehad. De vraagstukken die dat woord oproept, blijven het zoeken naar een glasscherf in een wervelwind. Ze blijven onbeantwoord en soms wekt dat bij mij een enorme weemoed op. Weemoed, als ware ik een vrouw van tachtig die teruggrijpt naar die trompet van weleer. Ja, die trompet. Je weet wel waarover ik het heb. Weleer, toen, lang geleden. Een verre tijd, ontoegankelijk geworden, bedolven onder de klimop van herinneringen. Ook dat maakt van het leven een voortdurende strijd, een gevecht tussen duim en pink. En meermaals ondernemen we een poging om helderheid te vinden, om ons te beschermen tegen die regen van verwarring en onzekerheid. Wat kan ons daarbij helpen? Hoe moeten we met deze zaken omgaan? Kunnen we ons misschien bedienen van de paraplu van de introspectie? Of de regenjas der zelfrelativering? Hoewel dat voor jullie misschien anders ligt, helpen zulke remedies mij niet. Ik ben weerloos, als een zeehond tegenover een orka. Bijna als een speelbal van het orkest. En dat is niet uit vrije wil. Niet zomaar omdat ik niet beter weet, als een website zonder server, maar gewoon omdat ik zo ben. Al die prikkels in het leven, die uitwassen van buitensporigheid, die kunnen me zo eindeloos verwarren. Als een eend in een doolhof zoek ik mijn weg. En, eerlijk, het meest verwarrend zijn van die vergelijkingen, die nergens op slaan. Als een trommel zonder tang op een varken.
Noot: Als ik voor iedere slechte vergelijking hierboven een pintje zou gedronken hebben, was ik nu zo zat als een stofzuiger zonder zorgen. Hips!
Noot: Als ik voor iedere slechte vergelijking hierboven een pintje zou gedronken hebben, was ik nu zo zat als een stofzuiger zonder zorgen. Hips!
dinsdag 15 februari 2011
Tijdverdrijven
Nu ik nog altijd heel erg veel vrije tijd heb en dus nog altijd het wereldrecord hobbies hebben probeer te verbreken, vind ik het van vitaal belang dat ik deze poging wat toelicht. Ik had al bijzonder fascinerende hobbies zoals kruimels verzamelen in een schoendoos, koffie drinken (soms zelfs koud!) en kruiswoordraadsels invullen met een groene wasco, maar zoals dat hoort bij een wereldrecord, heb ik nu nog een nieuwe hobby: mensen afluisteren! Net zoals al mijn andere hobbies is ook deze een bijzonder arbeidsintensieve bezigheid. Het is immers niet zo makkelijk om je zomaar op straat te begeven zonder bepaalde richting en op zoek te gaan naar mensen om af te luisteren. Het grote probleem met deze hobby is namelijk dat de mensen niet graag afgeluisterd worden, ook al gaat hun gesprek helemaal nergens over. Tot nu toe heb ik ontdekt dat het afluisteren vooral goed gaat op het openbaar vervoer. Bijgevolg trein, tram en bus ik nu zo wat de stad rond op zoek naar gesprekken om af te luisteren. Dat levert me interessante en boeiende kennis op. Het is best aangenaam te weten dat Lindsey vorig weekend bij haar oma was. En dat diezelfde oma onlangs haar heup gebroken heeft en in het ziekenhuis lag. En ook het weetje dat Koen nu nieuw werk heeft, is enorm boeiend. Jammergenoeg kan ik niet de hele tijd op tram of bus zitten, dan is er te weinig tijd voor mijn andere hobbies. Het is essentieel dat ik al mijn hobbies kan combineren, anders haal ik het wereldrecord vast nooit. Om dat op te lossen, ben ik zoveel mogelijk op zoek naar plaatsen waar ik mensen kan afluisteren terwijl ik een andere hobby aan het uitoefenen ben. Gelukkig is dat niet zo'n groot probleem. Er zijn van die mensen die heel erg dankbaar zijn om af te luisteren. De Luidruchtige Mens bijvoorbeeld, en de Mobiele Telefoneerder. Zij doen echt hun best en zijn vaak luid en dominant genoeg om zomaar af te luisteren. Ik kan zonder hinder het afluisteren van een gesprek over welke groentjes Schatje wil eten die avond combineren met mijn andere hobby, alfabetisch winkelen in de supermarkt. En dat vind ik prachtig! Zo wordt mijn poging om het wereldrecord hobbies hebben al heel wat vergemakkelijkt. Meer nog, mijn hobby wereldrecords proberen verbreken, kan ik zo even makkelijk uitoefenen. Best wel clever van mij, al zeg ik het zelf. Het is natuurlijk wel vermoeiend, al die hobbies tegelijkertijd. Je moet er je hoofd wel wat bijhouden, anders raak je makkelijk verloren. En dat mag echt wel niet gebeuren! Want voor je het weet, ben je gewoon een hele hoop dwaze dingen aan het doen zonder reden. En laat dat nu net één van de meest idiote hobbies ter wereld zijn. Niet zo stom als paardrijden of ballet, maar toch echt wel behoorlijk stom. En ik kan het weten, want ik ben een zelfverklaarde hobby-expert. Geweldig, toch? Hier moet ik het bij laten, tijd nu om wat te solliciteren. Maar dat is dan weer geen hobby.
Tschüss!
Tschüss!
Abonneren op:
Posts (Atom)