::

beschrijfsels en gedachtenwier
ook al interesseert het je geen zier
toch lees je het hier

dinsdag 1 november 2011

Een bloemlezing

Liefste virtuele vrienden, ik bied jullie een kadootje aan. Zomaar zonder reden. Gewoon omdat jullie mijn allerbeste virtuele vrienden zijn en ik al graag eens iets kado doe aan iemand. Zelfs aan virtuele mensen. Hieronder een bloemlezing uit mijn Facebook status updates van het afgelopen jaar. Jawel, ik weet dat jullie hierop zaten te wachten.












Alsjeblieft!

donderdag 13 oktober 2011

Een meesterlijk plan dat niet falen kan

Ik schrijf je neer.
(En nog eens. En nog eens. En nog eens.)
Telkens opnieuw schrijf ik je neer
tot je alle betekenis verliest.
Tot ik niet meer weet wat jij bent.
En dan zet ik je weg.
Ergens in een kast. In een hoekje
uit het zicht.
En na een tijdje kom ik je daar toevallig tegen.
(Kijk eens aan, jij hier.)
Ik zie je. Ik lees je.
En ik weet weer wat jij bent.
En wat je was.

dinsdag 11 oktober 2011

Episch liefdesverhaal

Het kan mijn trouwe lezers misschien wat verbazen, maar een tijdje geleden voelde ik mij plotsklaps genoodzaakt een liefdesverhaal te schrijven. Omdat iedereen wel eens wat in de pap te brokken heeft over De Liefde, vermoed ik. En ik ben niet zo heel anders dan iedereen, uiteraard. Jawel, ik schreef een echt liefdesverhaal. Dat lijkt misschien wat melig voor mijn gewone doen, maar ik kon de drang echt niet langer onderdrukken. Voor ik het goed en wel besefte, had ik al een pen in de hand en begon ik te schrijven aan zo'n echt lief liefdesverhaal. Zo eentje over een jongen en een meisje. Over hoe ze mekaar leren kennen. Over hoe hij haar diep in de ogen kijkt en zij alle besef van tijd verliest. Over hoe zij zijn nek zoent en hij niet meer wat boven of onder is. Over hoe ze enkel nog aan mekaar kunnen denken. Over hoe ze zich een wereld zonder de ander niet meer kunnen voorstellen. Zo'n liefdesverhaal dus. Ik besloot dat ik dan toch klaar was om een episch relaas over die universele Liefde neer te pennen. Het werd een pracht van een verhaal! Een verhaal dat alle lezers ontroeren zal en enkele zelfs een traan kan doen plengen. Maar, zo'n episch liefdesverhaal schrijf je niet op één-twee-drie, daar was ik me wel van bewust. Ik verrichtte dan ook eerst diepgravend opzoekwerk over het onderwerp. Er is namelijk al heel wat geschreven over De Liefde. Het één jammer genoeg al idioter dan het ander. Gelukkig heb ik hier en daar ook wat waardevol bronnenmateriaal kunnen verzamelen. Vol goede moed ging ik uiteindelijk echt aan de slag. Ik nam papier en pen ter hand en begon alvast geniale zinnen te bedenken. Dagen en uren heb ik daar zo gezeten. Lichtjes zwetend en af en toe met de handen in het haar. Het is nu eenmaal niet eenvoudig om zo een complexe gevoelens te verwoorden. Woorden kies je sowieso niet zomaar. Oeverloze overpeinzingen heeft het me gekost. Uiteindelijk begon het tij zich te keren. Na lang denkwerk en dankzij een aantal geniale ingevingen was het zover. Weergaloze zinsconstructies vormden zich op mijn blad. Speelse substantieven walsten met dartele adjectieven en bevlogen bijwoorden op de tonen van een ware werkwoordensymfonie. Er ontstond een symbiose van bijzinnen, nevenschikkend en onderschikkend schikten zich minzaam naast mekaar. Superlatieven speelden haasje-over en probeerden mekaar te overtreffen. Zo'n spitsvondig taaltoneel had ik nog nooit gezien. Ik zat er bij en ik keek er naar en ik zag dat het goed was. Vol bewondering keek ik naar mijn blad. Had ik die woordenpracht neergepend? Ik gaf mezelf een schouderklopje, dat leek me wel gepast, en keek nog eens goedkeurend naar het resultaat. En dat resultaat mag er zijn! Omdat ik met glans in mijn opzet geslaagd ben, kan ik ook niet anders dan het verhaal jullie te delen. Ook al weet ik dat sommigen onder jullie nogal gevoelig zijn als het over De Liefde gaat, toch hoop ik dat éénieder zich in dit geweldige verhaal zal kunnen herkennen. Geniet maar met volle teugen van dit prachtige vertelsel.


Een verhaal over De Liefde
door R.L.

Er waren eens een jongen en een meisje. Ze waren hele goede vrienden. Op een dag werden ze verliefd op elkaar. Toen ging alles mis. Einde.

dinsdag 20 september 2011

Flirten met doperwten

Zijn naam is Diederik. Hij is een heel gewone man. Hij heeft bruine haren en bruine ogen. Geen gezicht dat je lang bijblijft, al heeft hij wel een nette, parelwitte glimlach. Net als alle andere, heel gewone mannen gaat hij iedere dag werken. Hij werkt als leraar Schakeltechnieken op een heel gewone school. Daar geeft hij keurig zijn lessen, van 's ochtends tot 's avonds. Hij maakt zich niet te vaak kwaad, maar hij laat zich ook niet zomaar doen. De leerlingen hebben hem wel graag, denkt hij. 's Avonds als hij naar huis gaat, doet hij heel gewone dingen. Hij gaat naar de winkel en koopt iets om te eten. Omdat hij niet zo'n type is dat zich graag laat verrassen, kiest hij steevast hetzelfde. Snijbonen. Steeds uit dezelfde winkel. Vlees of aardappelen eet hij niet. Hij eet enkel snijbonen. En dat vindt hij best zo, best wel gewoon. Snijbonen zijn ook wel bovenste beste groenten. Mooi groen, zoals de soortnaam doet vermoeden, en heel het seizoen door verkrijgbaar, zelfs al moeten ze van Kenia komen. Hij vindt snijbonen best lekker. Niet dat dat altijd zo geweest is. Vroeger had hij een enorme hekel aan groenten en zeker aan alles wat bonen zijn. (Sojascheuten konden nog net door de beugel.) Maar op een dag, zomaar een heel gewone dag, veranderde hij van mening. Sindsdien eet hij dagelijks zijn portie snijbonen. In het begin was dat bijzonder spannend. Hoe zouden ze deze keer smaken? Zouden ze weer zo mooi groen zijn? En wat met de cuisson? Iedere hap was een moment van extase, van spanning en sensatie. Gewoon nog maar richting kassa wandelen met zijn snijbonen in de hand deed het water al in zijn mond lopen. Zijn hartslag versnelde als de kassierster hem een "goede avond nog" wenste en op weg naar huis kon hij zijn ogen niet van de snijbonen afhouden. Sinds die eerste maanden is er nu al weer een hele poos verstreken. Hij eet nog steeds iedere dag snijbonen, maar aan de kassa geen knikkende knieën meer. Geen verwachtingsvolle blikken, geen zweterige handen aan het stuur op weg naar huis. Nu is het een rustige tred, een kalme hartslag en zo gaat dat iedere dag zijn gangetje. Hij eet zijn snijbonen zonder er veel bij na te denken. Omdat hij dat zo gewoon is en dat vindt hij oké. Waarom zou hij ook nadenken over die snijbonen? Het is niet alsof hij iets tekort komt, toch? Tot hij plots op een dag wat vermoeider dan normaal naar huis gaat. Hij lijkt wat geprikkeld, maar hij weet niet hoe het komt. In de winkel lopen de mensen hem voor de voeten. Hij lijkt wel gehaast. Zijn voeten brengen hem niet als op andere dagen automatisch naar de groente afdeling. Het is bijzonder onverwacht wanneer hij plots vertraagt in de gang met de conserven. Voor hij het goed en wel doorheeft, staat hij oog in oog met een blik doperwten. Conserven vindt hij eigenlijk maar niks, maar dit blik doperwten trekt om de een of andere reden zijn aandacht. Wat een leuk etiket. Hij neemt het blik voorzichtig uit het rek en weegt het in zijn hand. Hij schrikt er zelf een beetje van. Wat een fijn gevoel. En dan neemt hij een impulsieve beslissing. Hij laat zich leiden door zijn gevoel. Hij neemt het blik doperwten mee naar de kassa. Zijn ademhaling versnelt. Op de weg naar huis glimlacht hij nerveus en wordt helemaal zenuwachtig bij het idee dat hij straks misschien wel doperwten zou kunnen eten. Zover komt het niet. Wanneer hij thuiskomt, zet hij het blik kordaat in de kast. Hij is toch zeker niet gek? Plots doperwten beginnen eten? Dat gaat zomaar niet! Die avond ligt hij te woelen in zijn bed. Hij heeft honger, maar wil niet opstaan. Hij ligt te piekeren over al die nieuwe gevoelens, hij weet er geen blijf mee. Hij knijpt zijn ogen dicht en fluistert "doperwt" tegen het donker. Hij houdt wel van de klank van dat woord. Het ploffen van de dop, het rollende van de erwt. Het ronde van de o en het zachte van de w. Doperwt. Doperwt. Hij herhaalt het woord steeds weer. Tot hij met een gelukzalige glimlach in slaap valt. De volgende ochtend wordt hij als herboren wakker. Hij voelt zich beslist niet meer gewoon. Hij heeft nog steeds hetzelfde bruine haar en dezelfde bruine ogen, maar om zijn parelwitte tanden ligt nu een herwonnen glimlach. Hij voelt zich stilletjesaan weer tot leven komen. Hij vormt ronde o'tjes en zachte w'tjes met zijn lippen tijdens het scheren. Gezwind gaat hij de trap af en haalt het blik doperwten uit de kast. Hij trekt het open aan het ijzeren ringetje. Oh, wat een heerlijk geluid is dat. Wel oppassen voor die scherpe rand. Met zijn lievelingslepel tast hij toe. Oh, ze zijn zo groen. En zo rond. De erwtjes rollen over zijn tong. Met volle teugen geniet hij en lepelt hij in een mum van tijd het blik helemaal leeg. Het groene genot zindert nog na. Maar terwijl hij zijn lippen aflikt, voelt hij een ongemakkelijk gevoel naar boven sluipen. Het vertrekt van boven zijn navel, langs z'n maag, zo naar boven tot het een krop in zijn keel vormt. Wat heeft hij gedaan? Zo gulzig, zo schaamteloos. Stilletjesaan groeit het besef dat hij wellicht nooit meer snijbonen zal kunnen eten als voordien. Nooit meer genieten van de knapperigheid, de verfrissing van verse snijbonen. Een algemeen gevoel van weemoed overvalt hem wanneer hij inziet dat hij afscheid zal moeten nemen van zijn geliefde snijboon. Van de spanning van die eerste keren. Van de jaren die ze samen zo gewoontjes doorbrachten. Hij schudt het hoofd en kijkt het lege blik met tranen in de ogen aan. Hoe moet het nu verder? Hij slikt zijn verdriet door en denkt na. Doperwten eten in de plaats van snijbonen? Dat is geen keuze die hij zomaar maken kan. Nietsvermoedend flirten met groene groenten kan verstrekkende gevolgen hebben, dat beseft hij nu maar al te goed. Hij staat in zijn kille keuken, slaat zijn armen om zich heen, sluit zijn ogen en mompelt: "Vaarwel snijboon, ik ga je missen."

Laat dit dieptreurige relaas een waarschuwing zijn voor éénieder die op een roekeloze manier groenten koopt! Denk aan Diederik. En aan zijn snijbonen. En aan zijn doperwten.

donderdag 18 augustus 2011

Verliefd op een monster

Ik ben verliefd op een monster, dat onder mijn bed woont. Zijn pels heeft lange blauwe haren. Zijn kop is groot en rond. Hij heeft diepgroene ogen zo bol als een knikker. Met die ogen volgt hij mijn voeten, die door de kamer wandelen. Hij heeft een enorme mond met wel 78 tanden en ook een grote rode tong. Met die grote mond sabbelt hij soms op mijn pantoffels. Hij heeft grote poten met lange, scherpe klauwen. Met die klauwen krabt hij aan de onderkant van mijn matras. Hij heeft ook een hele lange staart met een punt op het einde. Met die staart bonkt hij op de grond, de hele nacht door.
Dat monster woont daar nu al vijf jaar. Plots zat ie daar onder mijn bed, ik had hem niet eens uitgenodigd, en sindsdien is ie niet meer weggegaan. Als hij honger heeft dan grolt hij heel erg luid en roept hij: "HONGER! IK HEB HONGER!" Dan geef ik hem snel wat te eten of hij slokt mijn kussen op. Als hij aandacht wilt dan gromt hij onophoudelijk en briest hij: "AANDACHT! IK WIL AANDACHT!" Dan lees ik snel een verhaaltje voor, of hij bijt in mijn tenen.
En af en toe, als het monster heel erg kwaad is, dan spreekt ie wel vijf dagen niet meer tegen mij. Dan kijkt hij boos vanonder het bed en laat zich niet meer horen. Als ik dan te dicht kom, dan hapt hij naar mijn enkels.
Zo leven mijn monster en ik, al vijf jaar knusjes tesamen. En dat gaat best goed zo. Maar zo nu en dan, als mijn monster weer eens boos is, dan wou ik toch dat hij wat kleiner was. En wat minder scherpe klauwen had. En wat minder enge tanden. En zo nu en dan, wou ik dat mijn monster liever was. En pluiziger. Een monster dat zelf ook verhaaltjes voorleest, in plaats van te bijten. Bestaan er eigenlijk wel zo'n monsters? Zijn zo'n monsters niet gewoon verzonnen dan?
Soms wil ik liever zo'n snoezig monster om mee te knuffelen en te lachen. Zo nu en dan. Zo af en toe. Als dat nu eens kon?