Beste fijnproevers van talige spitsvondigheid: juicht en jubelt! Waarom, vraagt u? Dat zal ik u weldra vertellen. Maar laat me eerst volledig onnodig, en toch onvermijdelijk, even iets helemaal anders schrijven om de spanning wat op te drijven. Zo. Nu dat achter de rug is, kan ik verder gaan met het onthullen van mijn heuglijke nieuws. Het is weer een hele poos geleden, maar eindelijk ben ik nog eens aan het dichten gegaan. En laat het duidelijk wezen dat het hoognodig was! Mijn vele talige talenten bezorgden mij te pas en te onpas literaire oprispingen. Gelukkig bleef ik wel gespaard van lyrische flatulentie. Er is heus niets ergers dan lyrische flatulentie. Zelfs ongeneeslijke ziektes of racisme kunnen een dergelijk euvel niet evenaren. Ik mag dus van geluk spreken dat het niet zo ver gekomen is, en wel omdat ik tijdig mijn oprispingen wist om te zetten in een wonderlijk gedicht. Net zoals al mijn poëtische parels is ook dit exemplaar eentje om U tegen te zeggen. Al weet ik niet zeker of het wel gezond is om gedichten met U aan te spreken. Als je dan toch tegen gedichten gaat praten, lijkt het me best ze te tutoyeren. Zeker mijn gedichten, want dat zijn geen stijve harken. Dit geheel terzijde en enkel ter informatie voor de eenzaten die tegen gedichten praten. Niet dat ik neerkijk op mensen die tegen poëzie praten. Ik heb soms ook de neiging om terug te praten tegen de televisie of de radio. Waarom zou dat dan met het geschreven woord niet hetzelfde zijn? Het lijkt misschien wat triestig om 's ochtends te keuvelen met de krant, want het is niet alsof die ooit een zinnig woord terug zegt. Maar ik ken meer dan genoeg mensen die ook met dieren praten en die antwoorden ook nooit. Dat is bijzonder onbeleefd, maar wat doe je eraan? Kranten en dieren, het is één pot nat. Het lijkt me dan maar niet meer dan normaal dat de bizarre medemens al eens een onderonsje houdt met een mooie rijm of leuk versje. Ik zou het eigenlijk best wel een compliment vinden, mocht iemand een gesprekje voeren met een van mijn verzen. Al is dat op het internet van vandaag toch niet zonder gevaren. Ik kan me meteen voorstellen hoe zoiets verkeerd zou kunnen gaan.
(een olijk Gedicht kijkt minzaam in het rond) (Plots komt daar een bizarre medemens aangeklikt)
Bizarre medemens: Hallo lief klein gedichtje, wat doe jij hier zo alleen op deze blog?
Gedicht: (kijkt argwanend) Euh... Niets bijzonders.
Bizarre medemens: Voel jij je ook soms zo alleen op de wereld? Vast niet hè, met al die geniale gedichten en fantastische zinnen om je heen?
Gedicht: Welja, dat valt inderdaad reuzegoed mee. 'T is aangenaam vertoeven op deze blog.
Bizarre medemens: Vind je 't erg als ik je ook wat gezelschap hou dan? Ik heb namelijk niet zo veel vrienden.
Gedicht: (ironisch) Nou, dat verbaast me.
Bizarre medemens: Echt? Wauw, dat is lief dat je dat zegt. Zeg, vind je 't goed als ik wat dichter kom? Je ziet er echt zo lief uit.
Gedicht: (in paniek) Euh, ik heb toch wel wat ruimte nodig om poëtisch te kunnen zijn. Misschien moet je wat meer afstand houden.
(Bizarre medemens kruipt dichterbij)
Gedicht: (boos) Hé toe, stop daarmee!
Elaba, wat is dat daar? Wie valt er hier mijn gedichten lastig? Hup, weg, bizarre medemens, ga ergens anders onschuldige poëzie lastigvallen! Eenzame griezel. Het is me wat met die poëdofielen van tegenwoordig. Altijd maar het internet afschuimen op zoek naar nietsvermoedende, kwetsbare gedichten. Hopelijk zal mijn nieuwste creatie gespaard blijven van zulke zieke geesten. Zodus, liefhebbers van luisterrijke lyriek: lees en geniet! (Maar met mate.)
zonsopgang
gouden gensters kleuren
kleien wangen
winters rood
roze vingers vegen
strepen stof langs
lege velden vlas
dan dwarrelt oranje
over alles alles neer
neemt bonte bossen mee
met grauwe grassen
doet dansen in indigo
zonlicht zomaar elke
ellendige ochtend opnieuw
maandag 20 juni 2011
woensdag 15 juni 2011
Dagboek van een infiltrante
Nu mijn werkzoekende dagen al een tijdje achter de rug zijn, staat er mij een nieuwe uitdaging te wachten. En wat voor een! Je zou denken dat ik gewoon zomaar een job aangenomen heb, omdat er zich nu eenmaal niet zoveel andere kansen voordeden. Mooi niet! Bij deze job hoort namelijk ook een bijzondere opgave, een extra dimensie als het ware. Ik heb me voorgenomen om te infiltreren en te proberen om geloofwaardig over te komen in een softwarebedrijf. Wie mij kent, weet wel dat ik niet gedijen kan in een al te saaie omgeving. Ook al omdat ik allergisch ben aan met de computer werken. En laat nu net dat doen alsof ik me aanpas de grootste uitdaging zijn. Ik ben mezelf namelijk aan het aanleren hoe ik moet doen alsof ik erbij hoor en alsof ik ook een nerd ben. Tussen ons gezegd en gezwegen, dat infiltreren is eigenlijk de enige echte reden dat ik daar aan de slag gegaan ben. Want iedereen weet dat technical en writer antoniemen zijn.
Hoe geloofwaardig overkomen in een softwarebedrijf:
1. Draag alleen maar T-shirts van games of comics. Zelfs als er iets helemaal anders op je T-shirt staat, beweer dan toch dat het van een niet zo bekende comic komt. Want nerds zijn ook een beetje hipsters.
2. Loop altijd en overal rond met hardware. Je laptop, een muis of een USB-kabel doen het altijd goed. Neem je muis (of een of andere kabel) zeker ook mee als je gaat eten. Leg hem ook op tafel.
3. Noem een laptop of computer altijd een machine. Ook al weet je niet waarom.
4. Gebruik een brooddoos met een kleurige rekker. Misschien heb je die van in het lager nog liggen?
5. Vertel anekdotes over Steve Jobs alsof je er zelf bij was.
6. Gebruik sneltoetsen als stopwoordjes. En ik had zoiets van "Alt + F4"!
7. Dwaal midden in een gesprek plotseling af en doe alsof je heel hard aan het nadenken bent. Als iemand je vraagt waar je aan dacht, begin dan vlug te vertellen over al het werk dat je nog moet doen.
8. Gebruik de term OS, ook al ontdek je pas weken later waar dat eigenlijk voor staat. Zet ook steeds (eom)na het onderwerp in je mails omdat iedereen dat doet, ook al besef je pas na een week dat dat end of message betekent.
9. Beweer dat je in code gedroomd hebt. Als iemand iets vraagt over code, antwoord dan snel met een quote uit een film. Een zombiefilm doet het altijd goed.
10. Gebruik zoveel mogelijk afkortingen voor software, termen, merknamen, enz. Pas op, het is een begrijpelijke fout, maar db staat niet voor Deutsche Bahn.
Voilà, ziehier mijn tien tips voor een geslaagde eerste infiltratie. Volg ze goed op en niemand zal doorhebben dat je eigenlijk helemaal niets van de softwarebusiness afweet. Let er ook op dat je je vaak genoeg andere mensen nerds noemt achter hun rug, alsof je zelf geen ontzettende nerd bent. Dat is een gouden tip. Natuurlijk is al dat infiltreren een werk dat nooit af is. Ik moet me steeds bijscholen en op de hoogte blijven van de dynamiek in het bedrijf. Het is maar wat vermoeiend. Gelukkig valt het doen alsof ik werk reuzegoed mee, al wist ik natuurlijk wel op voorhand dat ik daar in uitblink. Tijd nu om me verder in te werken zodat ik lotgenoten kan steunen en verblijden met mijn nuttige tips.
Hoe geloofwaardig overkomen in een softwarebedrijf:
1. Draag alleen maar T-shirts van games of comics. Zelfs als er iets helemaal anders op je T-shirt staat, beweer dan toch dat het van een niet zo bekende comic komt. Want nerds zijn ook een beetje hipsters.
2. Loop altijd en overal rond met hardware. Je laptop, een muis of een USB-kabel doen het altijd goed. Neem je muis (of een of andere kabel) zeker ook mee als je gaat eten. Leg hem ook op tafel.
3. Noem een laptop of computer altijd een machine. Ook al weet je niet waarom.
4. Gebruik een brooddoos met een kleurige rekker. Misschien heb je die van in het lager nog liggen?
5. Vertel anekdotes over Steve Jobs alsof je er zelf bij was.
6. Gebruik sneltoetsen als stopwoordjes. En ik had zoiets van "Alt + F4"!
7. Dwaal midden in een gesprek plotseling af en doe alsof je heel hard aan het nadenken bent. Als iemand je vraagt waar je aan dacht, begin dan vlug te vertellen over al het werk dat je nog moet doen.
8. Gebruik de term OS, ook al ontdek je pas weken later waar dat eigenlijk voor staat. Zet ook steeds (eom)
9. Beweer dat je in code gedroomd hebt. Als iemand iets vraagt over code, antwoord dan snel met een quote uit een film. Een zombiefilm doet het altijd goed.
10. Gebruik zoveel mogelijk afkortingen voor software, termen, merknamen, enz. Pas op, het is een begrijpelijke fout, maar db staat niet voor Deutsche Bahn.
Voilà, ziehier mijn tien tips voor een geslaagde eerste infiltratie. Volg ze goed op en niemand zal doorhebben dat je eigenlijk helemaal niets van de softwarebusiness afweet. Let er ook op dat je je vaak genoeg andere mensen nerds noemt achter hun rug, alsof je zelf geen ontzettende nerd bent. Dat is een gouden tip. Natuurlijk is al dat infiltreren een werk dat nooit af is. Ik moet me steeds bijscholen en op de hoogte blijven van de dynamiek in het bedrijf. Het is maar wat vermoeiend. Gelukkig valt het doen alsof ik werk reuzegoed mee, al wist ik natuurlijk wel op voorhand dat ik daar in uitblink. Tijd nu om me verder in te werken zodat ik lotgenoten kan steunen en verblijden met mijn nuttige tips.
dinsdag 17 mei 2011
Eenzaam aan de top
Een mens komt al eens iets tegen in het leven, zeg ik altijd maar. En vooral als je zo'n bijzonder spannend leven hebt als ondergeschrevene (ik dus). Het zou ons veel te ver brengen om met al te veel geuren en kleuren in te gaan op de zaken die mijn leven zo fascinerend maken, maar u kan er zich van vergewissen dat ik wel weet waar het honingpotje staat. Ja, "Jawadde", zou de volksmond zelfs al eens durven riposteren. Over de volksmond gesproken, terug naar mijn bijzonder luisterrijke avonturen. Soms, als het echt moet, durf ik mij al eens buitenshuis wagen. Gewapend met sjaal en andere stijlvolle accessoires trek ik de wijde wereld in. Of toch alleszins richting bakker, drie straten verder. Op die tocht kom ik vaker dan af en toe mijn buurvrouw tegen. Niet die met haar verfoeilijke stofvodobsessie, maar een andere. Dit exemplaar is robuuster en rijkelijk voorzien van al wat Moeder Natuur maar kan geven, behalve intellect. En toch, in uithoudingsvermogen blinkt zij uit en overtreft zij menig ander schepsel. Het zit namelijk zo: zij is bezig met het halen van een wereldrecord. Het duurt nu vast niet lang meer voor we haar kunnen kronen tot Koningin der Meest Onverwachte en Irrelevante Racistische Uitspraken (Tijdens Gesprekken Over Dagdagelijkse Dingen). Ik vond die titel ook eerst eerder overdreven, maar dat is vast ook de bedoeling. Eerlijk gezegd, haar wereldrecordpoging is ondertussen echt een knappe verwezenlijking aan het worden en dus kan ik niet anders dan haar steunen. Het is heus niet makkelijk om in een dagdagelijks (doch verfijnd) gesprek over ladders, regen of zeepsop een racistische opmerking te berde te brengen. En toch slaagt zij daar als geen ander in. Ik ben ervan overtuigd dat weinigen haar dat na kunnen doen. Daarnaast ben ik er ook van overtuigd dat weinigen dat zouden willen. Het is namelijk een ware uitputtingsstrijd, zo'n wereldrecord behalen. Ik kan het wel weten, nu ik de eindfase van mijn eigen wereldrecordpoging nader. En al lijkt de eindstreep nog niet meteen in zicht, toch begint het al te wegen. Het is dan ook algemeen geweten dat de laatste loodjes het zwaarst wegen, anders zou het geen spreekwoord zijn. Want zo gaat dat nu eenmaal, doodgewone dingen zoals "Zal deze wereld blijven bestaan?" worden geen spreekwoorden, dat hoort niet. En zo zijn er wel nog een hele hoop zaken die niet horen, maar laten we daar nu niet dieper op ingaan. Te gelegener tijd zal ik me met veel plezier over die kwestie buigen, maar laten we nu omwille van de chronologie even terugkeren naar mijn avontuur aan mijn voordeur. Wanneer ik daar dan zo sta, toeschouwer van een geweldige recordpoging, kan ik me niet van de indruk ontdoen dat zij (mijn buurvrouw dus) vast een zware last moet torsen. En dan heb ik het niet alleen over haar volumineuze derrière. Nee, het is eenzaam aan de top. Het moet toch wat met je doen als mens om zo alleen op te klimmen. Door je superioriteit stijg je boven het plebs en al die smerige, profiterende bruinen uit, tot je helemaal bovenaan staat. Het kan niet gemakkelijk zijn, en daarom wil ik dit schrijven aan haar opdragen. Er staat niets professioneler dan je schrijven opdragen aan iemand. Misschien een hippe zonnebril of bretellen, maar dat kunnen we niet met zekerheid zeggen. Wat we wel met zekerheid kunnen zeggen, is dat mijn buurvrouw een ware heldin is. Moge haar grote volksmond nog jarenlang diepzinnige waarheden poneren!
Io vivat, buurvrouw!
Io vivat, buurvrouw!
Geen tijd om te weken
"Het is niet alsof je veel beters te doen hebt, geef maar toe", zei je tegen jezelf. Je zit maar wat. Je pit maar wat. Je moddert aan. En je modderige zelf weet geen blijf met al die tijd. En voor je het weet, gaat het van kwaad naar erger. Tijd wordt een vaag begrip van verloren uren, dagen en maanden. Minuten lijken af te tellen, seconden vermenigvuldigen zich, tellen op, tot de tweede. Een enkele keer probeer je het knipperen van je oogleden te tellen. 1 knipper, 2 knipper, 3 knipper, tot je plots niet meer weet welke dag het is. (Alsof je het gisteren wel wist.) Je lijkt wel terug te keren, in plaats van vooruit te gaan. Zon onder, zon op, zon onder, zon op, engazomaardoor. Je zit vast in tijdloosheid. Ben je er nog wel? Ben je niet stiekem opgelost in achterwaartse dagen? Urenlang ongemerkt gekrompen. Eerst je tenen en je benen en dan de rest. Eén voor één opgeslokt door het grote eeuwig. En je doet er niets aan. Je hebt het vast niet eens door, te druk met denken zitten voelen wachten kijken. En plots ben je weg, binnenstebuiten, ondersteboven, achterwaarts zwevend tussen hier en daar. Voortdobberend op onbestaande briesjes (een beetje zoals dat witte stuifmeel dat maar niet verdwijnt), altijd op weg naar nergens. Tot je niet meer kan en nergens ergens geworden is. Dan sta je plots stil. Bam, daar is de tijd. Je botst hard tegen seconden. Je schrikt wakker. Plots zijn seconden minuten geworden. Een ijskoude waterval van druppelende kwartieren, geutjes halve uren. Een zondvloed van uren wordt dagen en weken. Geen tijd om te weken. Dan moet je vooruit. Vooruit! Al die kostbare brokjes moment! Je opent je ogen. Je hapt naar lucht. Je beweegt. Mee met de stroom. Voorwaarts en altijd maar en altijd maar vooruit.
woensdag 23 maart 2011
Reuzen
Het gebeurt wel al eens dat ik tijdens het werkzoeken een ietwat gekke vacature tegenkom. Zo zijn er bijvoorbeeld bedrijven die op zoek zijn naar mensen die goed overweg kunnen met Photoshop, InDesign en Dreamweaver, zowel Nederlands, Frans, Duits als Engels spreken én een koksopleiding genoten hebben. Het zal niemand verbazen dat zulke vacatures niet zo rap ingevuld raken. Gelukkig zijn er ook veel redelijke vacatures, met redelijke verwachtingen. Zo van die vacatures waar je meteen op wil reageren, voor jobs die je meteen wil doen! Zo een vacature kwam ik vandaag tegen op het grootse wereldwijde web der wonderen. Gezocht: "Medewerker voor het inventariseren van reuzen". Je leest het goed, jawel, het inventariseren van reuzen. Toegegeven, dat klinkt eerst wat vreemd. Maar eens je erover nadenkt, besef je wat voor een nuttige bezigheid dat wel kan zijn. Het is dan ook daarom, dat ik me meteen kandidaat gesteld heb voor die functie. Ik kan bijna niet wachten tot ik, gewapend met clipboard en stilo, het Vlaamse land doorkruis op zoek naar reuzen. Waarschijnlijk hoort er ook een stijlvol uniform bij deze job, hopelijk ook met een hippe hoed. Zoniet, dan kies ik zelf wel een uniform. Het is altijd belangrijk om goed herkenbaar op pad te gaan. Zeker als je van deur tot deur moet gaan. De mensen mogen natuurlijk niet denken dat je één of andere verkoper bent van zeep of stofzuigers, of erger nog, een getuige van Jehova. Nee, als officiële Inventarisator Der Reuzen moet je herkenbaar zijn, zodat éénieder onbevreesd de deur kan openen om zich als reus kenbaar te maken. Bij dat van deur tot deur gaan, hoort natuurlijk ook een hoogst professioneel gesprek, om uit te leggen wat mijn taak precies is. Ik ga alvast mijn gesprekje wat oefenen.
Ik: "Goeiedag mevrouw/meneer, mijn naam is Roza en ik ben bezig met een inventaris van reuzen in het Vlaamse land."
Mevrouw/meneer: "Ah zo. Uiteraard. Komt u toch binnen."
Ik: "Dankjewel." (En dan ga ik binnen.)
Mevrouw/meneer: "Wenst u een tas koffie? Of thee misschien?"
Ik: "Een tas koffie graag, dankjewel hoor."
(Mevrouw/meneer maakt koffie en ondertussen leg ik mijn taak wat beter uit.)
Ik: "Namens het Vlaams Agentschap Der Reuzeninventarisering ben ik op zoek naar alle reuzen woonachtig in Vlaanderen. Het is namelijk de bedoeling een duidelijke balans te kunnen opmaken van de hedendaagse reuzenpopulatie."
Mevrouw/meneer: "Ah zo. Wat interessant."
Ik: "Inderdaad, bijzonder boeiend. Maar laat ons overgaan tot de orde van de dag. Bent u een reus?"
Mevrouw/meneer: "Nou, nee, dat zou ik niet zeggen."
Ik: "Mag ik dat dan per meting van uw persoon bevestigen?"
Mevrouw/meneer: "Jawel, gaat u uw gang. Wenst u suiker, of melk misschien?"
Ik: "Een beetje melk graag."
(Ondertussen voer ik dan de officiële Meting Der Persoon uit volgens de voorschriften in het Handboek Der Efficiënte Personenmeting Voor Reuzenidentificatie.)
Ik: "U blijkt inderdaad geen reus te zijn, mevrouw/meneer. Wonen hier nog andere mensen, die eventueel een reus zouden kunnen zijn?"
Mevrouw/meneer: "Nee, ik denk van niet."
Ik: "Goed, bedankt voor uw medewerking. En voor de koffie. Er zal u zo spoedig mogelijk een officieel Getuigschrift ter Bevestiging van uw Niet-Reusachtige Lichaamslengte opgestuurd worden. Een prettige dag verder."
Zeer professioneel allemaal, zo hoort het. Ik ben ervan overtuigd dat dit de meest vlotte manier van werken zal zijn. Met de erkende Inventarisatormobiel bezoek ik provincie per provincie. Uiteraard is ook de Inventatisatormobiel goed herkenbaar gemaakt, met het logo van het Agentschap. De kleuren van het uniform en het mobiel zullen wonderwel op mekaar afgestemd zijn. Vermoedelijk zal ik dan na jaren hard labeur tot de volgende balans komen: West-Vlaanderen: 0 reuzen, Oost-Vlaanderen: 0 reuzen, Antwerpen: 0 reuzen, Limburg: 0 reuzen, Vlaams-Brabant: 0 reuzen. De hoogstwaarschijnlijke vaststelling dat er helemaal geen reuzen zijn in Vlaanderen zal niemand echt verbazen. Maar, zoals jullie wel weten, dat blijft slechts speculatie tot iemand daadwerkelijk de vermoedens bevestigt. De empirische waarheid blijft de enige echte waarheid. Trouwe lezers zullen hierin mijn levensmotto herkennen en begrijpen waarom deze job mij op het lijf geschreven is. Over schrijven gesproken (of eigenlijk geschreven), ik moet dringend aan mijn motivatiebrief beginnen, voordat iemand anders met deze topfunctie gaat lopen.
Ik: "Goeiedag mevrouw/meneer, mijn naam is Roza en ik ben bezig met een inventaris van reuzen in het Vlaamse land."
Mevrouw/meneer: "Ah zo. Uiteraard. Komt u toch binnen."
Ik: "Dankjewel." (En dan ga ik binnen.)
Mevrouw/meneer: "Wenst u een tas koffie? Of thee misschien?"
Ik: "Een tas koffie graag, dankjewel hoor."
(Mevrouw/meneer maakt koffie en ondertussen leg ik mijn taak wat beter uit.)
Ik: "Namens het Vlaams Agentschap Der Reuzeninventarisering ben ik op zoek naar alle reuzen woonachtig in Vlaanderen. Het is namelijk de bedoeling een duidelijke balans te kunnen opmaken van de hedendaagse reuzenpopulatie."
Mevrouw/meneer: "Ah zo. Wat interessant."
Ik: "Inderdaad, bijzonder boeiend. Maar laat ons overgaan tot de orde van de dag. Bent u een reus?"
Mevrouw/meneer: "Nou, nee, dat zou ik niet zeggen."
Ik: "Mag ik dat dan per meting van uw persoon bevestigen?"
Mevrouw/meneer: "Jawel, gaat u uw gang. Wenst u suiker, of melk misschien?"
Ik: "Een beetje melk graag."
(Ondertussen voer ik dan de officiële Meting Der Persoon uit volgens de voorschriften in het Handboek Der Efficiënte Personenmeting Voor Reuzenidentificatie.)
Ik: "U blijkt inderdaad geen reus te zijn, mevrouw/meneer. Wonen hier nog andere mensen, die eventueel een reus zouden kunnen zijn?"
Mevrouw/meneer: "Nee, ik denk van niet."
Ik: "Goed, bedankt voor uw medewerking. En voor de koffie. Er zal u zo spoedig mogelijk een officieel Getuigschrift ter Bevestiging van uw Niet-Reusachtige Lichaamslengte opgestuurd worden. Een prettige dag verder."
Zeer professioneel allemaal, zo hoort het. Ik ben ervan overtuigd dat dit de meest vlotte manier van werken zal zijn. Met de erkende Inventarisatormobiel bezoek ik provincie per provincie. Uiteraard is ook de Inventatisatormobiel goed herkenbaar gemaakt, met het logo van het Agentschap. De kleuren van het uniform en het mobiel zullen wonderwel op mekaar afgestemd zijn. Vermoedelijk zal ik dan na jaren hard labeur tot de volgende balans komen: West-Vlaanderen: 0 reuzen, Oost-Vlaanderen: 0 reuzen, Antwerpen: 0 reuzen, Limburg: 0 reuzen, Vlaams-Brabant: 0 reuzen. De hoogstwaarschijnlijke vaststelling dat er helemaal geen reuzen zijn in Vlaanderen zal niemand echt verbazen. Maar, zoals jullie wel weten, dat blijft slechts speculatie tot iemand daadwerkelijk de vermoedens bevestigt. De empirische waarheid blijft de enige echte waarheid. Trouwe lezers zullen hierin mijn levensmotto herkennen en begrijpen waarom deze job mij op het lijf geschreven is. Over schrijven gesproken (of eigenlijk geschreven), ik moet dringend aan mijn motivatiebrief beginnen, voordat iemand anders met deze topfunctie gaat lopen.
Abonneren op:
Posts (Atom)